Les 5 in recht

EXAMEN VRAGEN Verzorgt door Regillio Vriesde

Bij deze video’s is het nu mogelijk uw kennis opgedaan via video’s te toetsen via een Multiple choice-tentamen vragen.

Gebruik voor je zelf toets examen vragen de link onder de video!

Klik hier om je kennis geleerd in deze video te testen: TEST JE KENNIS

WAT IS AUTONOMIE?

Ik hoor telkens de meest wilde verhalen dus dacht leg dit feit even uit!

1. Autonomiebeginsel

= De vrije, gelijke Mens en autonome burger kan “vrij handelen” naar zijn eigen inzichten regelen, obv een principieel zelfbeschikkingsrecht, gelijkheidsbeginselen en beschikt over een individueel eigendomsrecht. De wetgever gaat uit van de veronderstelling dat partijen zelf het beste in staat zijn om hun afspraken vorm te geven, het autonomiebeginsel. Het betekent in dit verband dat de meeste regels in het vermogensrecht BW 3 van regelende aard zijn: regelend recht, wat in het burgerlijk recht overeenkomt met aanvullend recht. Dat zijn regels die gelden voor zover partijen niet anders overeenkomen. Aanvullend recht, ook wel suppletief recht, is het geheel van rechtsregels in het verbintenissenrecht BW 6 dat een aanvullende werking heeft op het dwingend recht.

● Bekwaamheid is de regel en onbekwaamheid de uitzondering.

U heeft uw publiekrechtelijk mensenrechten en uw privaatrechtelijk zakelijk handels rechten op school geleerd, zo de overheid dit verplicht was te doen, gesteld in art 26 lid 2 UVRM? Nee? Wel dat heeft een rede dan zou u geweten hebben dat u een vrij zelfstandig autonoom mens in de gelijkheid van ieders recht bent! U bent niets minder of meer dan welk ander mens dan ook.

Begin bij het begin art 1 UVRM, (vrij mens) art 1 Grond wet, (gelijkheidsbeginsel) art 1 Burgerwetboek 1 titel 1 art 1 Vrij mens in rechten en bevoegd dit recht te gebruiken.

Dus als u IN persoon stapt! ( Op uw het juridisch instrument persona het rechtssubject gebruiken wilt, UW handelsnaam de achternaam is dat een vrije keus geen plicht!

Artikel 1:1 BW

1.

Allen die zich in Nederland bevinden, zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke rechten.

2.

Persoonlijke dienstbaarheden, van welke aard of onder welke benaming ook, worden niet geduld.

persoonlijke dienstbaarheid / horigheid

staatsrecht (mensenrechten) – bij wet en verdragen verboden vorm van onderdanigheid.

⇒ Wilsautonomie = Ieder rechtssubject kan zijn eigen rechtsleven invullen naar believen

en de rechtshandelingen stellen die hij nodig of nuttig acht.

● volwaardige wil (art 3:33 BW)

● benadeling enkel nietig indien uit wet voortvloeien (art 365 sr art 366 sr art 284 sr art 285 sr art 285b sr art 326 sr art 317 sr art 225 sr art 226 sr art 227 sr enz enz.

• nietigheid privaatrechtelijk is elk strafbaar feit van de wet en vernietigbaar via wetgeving art 3:44 BW art 3:49 BW art 3:50 bw art 3:53 bw als ook in geval van misleiding en dwaling art 6:228 BW Je hebt het recht het privaatrecht te gebruiken maar dus ook te vernietigen de verbintenis op te heffen en er weer uit te stappen.

● Beperking: Dwingend recht (niet van afwijken Dwingend recht is het geheel van rechtsregels waarvan niet mag worden afgeweken. In het burgerlijk recht (privaat civiel recht) staat de vrijheid van de mens en burger voorop, vooral in het verbintenissenrecht. Dat wil niet zeggen dat de wet geen regels geeft, allesbehalve. Drie, in zekere zin zelfs vier boeken van het Burgerlijk Wetboek in Nederland geven zeer gedetailleerd regels voor alle mogelijke eventualiteiten die zich kunnen voordoen als twee personen of twee of meer partijen gewild – dan is er sprake van een overeenkomst – of ongewild – dan is er meestal sprake van onrechtmatig en wederrechtelijk handelen een rechtsbetrekking met elkaar aangaan. )

● Nuances: Vertegenwoordiging (wanneer je jezelf laat vertegenwoordigen geef je je autonomie en vrijheid van handelen uit handen) Houd in dat geval wel rekening met boek 6 verbintenissenrecht jij ook aansprakelijk bent voor wat jouw vertegenwoordiger doet! Art 6:172 BW

2. Wettelijkheids – of legaliteitsbeginsel

= Natuurlijke personen kunnen enkel rechtspersonen laten ontstaan in de gevallen en onder

de voorwaarden die de wet bepaald. Ook zij dienen de regels in privaatrecht te volgen ook de overheid via art 2:5 BW en de rechtspersoon heeft geen wil dus iemand binnen de rechtspersoon dient de wil op een rechtsgevolg in rechtshandelingen te verklaren art 3:33 BW

De wilsvertrouwensleer, grondslag: Art. 3:33 jo. 3:35 BW Het probleem is echter dat wil en verklaring, vanwege verschillende redenen, nog wel eens uit elkaar willen lopen. De vraag die ontstaat is dan: ‘wat heeft voorrang? De schijn van de verklaring of de afwijkende wil?

Antwoord: je gedraging Art. 3:35 BW (gerechtvaardigd vertrouwen) stelt dat de schijn voorgaat, voor zover de wederpartij erop heeft mogen vertrouwen dat de verklaring welgemeend was. De Recht Handeling komt dan dus gewoon tot stand. In de vertrouwensleer is dus eigenlijk het VERTROUWEN dat de wederpartij aan de verklaring had mogen toekennen, doorslaggevend.

Heel erg gevaarlijk word het dan ook als die AANNAME op art 3:61 BW word genomen.

3 Wilsleer

= Een rechtssubject (persona mens IN persoon) kan maar gebonden zijn door zijn wil wanneer dat de werkelijke wil is.

● Ongewilde discrepantie: Wilsleer primeert (gecorrigeerd door vertrouwensleer)

● Gewilde discrepantie = veinzing/simulatie: Inter partes geldt de wilsleer

4 Vertouwensleer

= Een derde mag uitgaan van de geuite wil, in plaats van de werkelijke wil, indien hij er

redelijkerwijs mocht van uit gaan dat de geuite wil met de werkelijke wil overeenkomt.

→ ontwikkeld door rechtspraak en is een van de verschijningsvormen van de

vermaatschappelijking vh privaatrecht.

⇒ corrigeert de wilsleer

● Gewilde discrepantie = veinzing, simulatie

● Ongewilde discrepantie tussen de werkelijke en geuite wil

● Onvolwaardige wil

● Schijnmandaat

●⇒ Als bron van verbintenissen?

5 Consensualisme (instemmen met!)

= Overeenkomst komt tot stand door loutere wil overeenstemming

= Vorm-vrij → consensualisme is de regel, plechtige of zakelijke contracten de uitzondering

Het consensualisme houdt in dat een overeenkomst louter door de wilsovereenstemming tot stand komt, zonder enige andere formaliteit. Het consensualisme is één van de drie componenten van de wilsautonomie. De wilsautonomie houdt in dat iedere persoon vrij is om zijn of haar rechten en plichten te bepalen en dus vrij is om te contracteren.

De wilsautonomie bevat drie belangrijke componenten, namelijk:

• de contractvrijheid,

• de bindende kracht van de overeenkomst en

• het consensualisme.

Het consensualisme is dus één van die componenten.

“Tot de geldigheid van een overeenkomst zijn vier voorwaarden vereist:

– De toestemming van de partij die zich verbindt;

– Haar bekwaamheid om contracten aan te gaan;

– Een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis;

– Een geoorloofde oorzaak van verbintenis.”

Het principe is dat elke overeenkomst een consensueel karakter heeft, tenzij anders bepaald. Zo is de wilsovereenstemming bij een koopovereenkomst bijvoorbeeld ook voldoende voor de totstandkoming ervan. Hierbij is enkel overeenstemming over de zaak en de prijs vereist, en dus niet de materiële overhandiging van de zaak. Zo komt een huurovereenkomst ook tot stand door wilsovereenstemming.

De Algemene rechtsbeginselen van je recht.

Algemene rechtsbeginselen zijn fundamentele opvattingen die behoren tot het wezen van een samenleving en die geacht worden van een dergelijk groot belang te zijn, dat zij juridisch normerend zijn. Onze normen en waarden Vrijheid als grootste recht van een mens.

Simpel toetsstenen van de mens in recht. Niet doodden Niet stelen Niet dwingen Alle dus ook strafbaar gesteld in de wet. En van rechtswege nietig en vernietigbaar. Politiek verenigingen hebben een handje van DWINGEN welke natuurlijk strafbaar zijn art 365 sr art 284 sr art 273f sr art 274 sr art 285 sr art 285b sr De wet geldt voor een ieder iedereen en allemaal. Art 2 SR

Het recht is in twee wegen gesplitst

1. publiekrechtelijk mensenrechten
2. privaatrechtelijk burgerrechten.
Mensen mogen publiekrechtelijk verenigingen oprichten maar niemand mag gedwongen worden aan dergelijk verenigingen mee te moeten doen.

Art 20 UVRM

  1. Eenieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Algemene rechtsbeginselen zijn fundamentele rechtsbeginselen.

Algemene rechtsbeginselen kunnen eisen stellen aan het te formuleren beleid of regelgeving. Van politiek verenigingen. Beleid of regelgeving dat onvoldoende aansluit op algemene rechtsbeginselen is niet effectief, omdat het onhoudbaar kan blijken bij de rechter. Om dit te voorkomen onderzoek je of het voorstel van politiek verenigingen past binnen de beginselen van:

Gelijkheidsbeginsel
Het gelijkheidsbeginsel verlangt dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Het is tevens gecodificeerd in onder andere artikel 1 van de Grondwet en de gelijke behandelingswetgeving. De bepaling van art. 4 oud van de grondwet “Allen die zich op het
grondgebied van het Rijk bevinden, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen”

Bent u een publiekrechtelijk mens of een privaatrechtelijk burger het verschil is een overeenkomst van verbintenissen recht Boek 6 BW. Zo toets u dus uw gelijk in publiek of privaat recht als uitgangspunt van uw rechtsbeginsel. Wanner je twijfelt is een simpel vraag dus, hebben wij op welke denkbaren wijzen een privaatrechtelijk verbintenis? Ja dan volg je de wetgeving van civiel burgenrecht en zet je jou tegen partij in het gelijkheidsbeginsel van de recht, voor de overheid geldt dit via art 2:1 BW en dus art 2:5 BW in het “vermogensrecht” boek 3 BW rechtshandelen met rechtsgevolgen art 3:33 BW

Artikel 1 uvrm

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Welke ook aangeeft dat de geboorte aangifte niet in slavernij kan zijn ontaard zo we even later ook kunnen zien.

Autonomie beginsel “Notabel Sui Juris”

Het autonomiebeginsel is een beginsel uit het privaatrecht dat uitdrukt dat rechtssubjecten in staat (moeten) zijn om zelf naar eigen voorkeuren hun belangen te behartigen. Het Burgerlijk Wetboek bevat hoofdzakelijk regels van regelend recht, wat in het burgerlijk recht overeenkomt met aanvullend recht, en nauwelijks van dwingend recht. In beginsel kunnen partijen alle mogelijk denkbare overeenkomsten sluiten, zolang deze natuurlijk niet in strijd komen met andere rechtsregels. Het contractenrecht zal bij de beoordeling van de beoordeling van de rechtsgeldigheid van overeenkomsten ook rekening houden met het autonomiebeginsel.

Beginsel van contractsvrijheid CIVIEL RECHT

Het beginsel van contractsvrijheid is een grondbeginsel van het contractenrecht. Het houdt in dat het partijen vrij staat een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen, met de inhoud die zij wensen, en op het moment dat zij wensen. Art 1:1 Burgerwetboek 1 titel 1 art 1 dus 3 maal 1 scheepsrecht

1.

Allen die zich in Nederland bevinden, zijn “vrij” en “bevoegd” tot het genot van de burgerlijke rechten.

2.

Persoonlijke dienstbaarheden, van welke aard of onder welke benaming ook, worden niet geduld.

Vrijheid, gelijkheid en algemene rechtsbevoegdheid zijn de centrale begrippen betreffende het recht aangaande de persoon. Voor Nederland is deze vrijheid en de aan eenieder toekomende rechtsbevoegdheid al eeuwenlang gemeengoed. Niet kan worden ontkend dat het gelijkheidsbeginsel in de tweede helft van de 20e eeuw allerwegen in opmars is, en niet slechts in formele zin. Ook het streven naar individualisering van aanspraken op de rechtsgemeenschap is gebaseerd op een sterker waardering van persoonlijke belangen. Gelijke behandeling is echter op den duur slechts gewaarborgd als ook de subjectieve rechtspositie van betrokkenen zoveel mogelijk wordt versterkt door verhoogde rechtsbescherming van persoonlijke verworvenheden, zonodig aangevuld door sociale zekerheid. Deze verhoogde rechtsbescherming kan mede gevonden worden door aan de met het burgerlijk recht meest nauw verbonden grondrechten niet alleen verticale
maar ook horizontale werking toe te kennen.

Men kan bij overeenkomst niet rechtsgeldig over zijn persoonlijke vrijheid beschikken in die zin dat men daarvan afstand zou kunnen doen. De wilsbeschikking in de vrijheid van de wil is daar bij ook het uitgangspunt van art 3:33 BW op de verandering van het recht in die rechtsgevolgen van zijn vrijheid. Maar de mens in het rechtssubject word ook tegen zich zelf beschermd Een dergelijke overeenkomst zou, ongeacht hetgeen hieromtrent in grondwet of verdrag is bepaald, strijdig zijn met de
Nederlandse openbare orde en derhalve onverbindend.

Men zou ook evengoed kunnen verdedigen dat iemand op grond van zijn vrijheid als mens in zijn privaatrechtelijk persoonlijke vrijheid onherroepelijk afstand zou kunnen doen door zich als slaaf te verkopen, om zich daarmee sociale zekerheid te verschaffen. Het geen in onze rechtsorde niet wordt aanvaard.

Dit feit kun je dus ook niet per ongeluk in misleiding hebben gedaan, nog kunnen je ouders dit per ongeluk hebben gedaan, het zijn inbreuken op het recht van vrijheid welke dan ook strafbaar zijn art 273f SR, art 274 SR, art 4 UVRM daar mee van rechtswege nietig zijn.

Vooralsnog lijkt verdedigbaar dat de op art. 2 EVRM gebaseerde plicht tot bescherming van het leven van anderen niet wordt opgeheven door de wens van een betrokkene niet verder te willen leven. Een tussenoplossing lijkt mogelijk door zorgvuldige hulpverlening bij zelfdoding buiten de strafwet te houden.

Zolang als en telkens wanneer “de mens” niet in staat is zelfstandig als
persoon te functioneren. Vindt er in beginsel ook rechtsbescherming plaats in
de vorm van wettelijke vertegenwoordiging.

Zelfbeschikkingsrecht

Zelfbeschikkingsrecht of recht op zelfbeschikking is in het internationaal recht het recht van ieder volk om zelf te mogen bepalen onder welke soevereiniteit het wil vallen en zelf te beslissen over zijn economische, sociale en culturele ontwikkeling.

Rechtszekerheidsbeginsel
De positie van burgers ten opzichte van de overheid dient voldoende zeker te zijn. Daarom moeten de regels en besluiten van de overheid voldoende duidelijk zijn en moeten ook alleen bestaande regels worden toegepast.

De contractsvrijheid (Het vrijheidsbeginsel) De gebondenheid aan het in vrijheid gegeven woord (Het vertrouwensbeginsel) Ja ik wil nee ik wil niet en belofte maakt schuld. genoemde kernbegrippen van burgerlijk recht, te weten persoon, subjectief recht. contractsvrijheid. vertrouwen en evenredige toerekening behoren hier stellig toe.

Afgezien van de reeds genoemde privaatrechtelijke kernbegrippen kunnen de volgende grondrechten worden genoemd met een typisch burgerrechtelijk karakter:
1. Het recht op Leven (art. 2 EVRM- art. 6 Bupo) als fundamenteel recht
dat voorwaarde is voor de uitoefening van alle andere rechten, en in
verband hiermee art. 11 Gw het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam.
2. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en in verband daarmee het huisrecht, het briefgeheim en het telefoon- en telegraafgeheim, omschreven in de Art. 8 EVRM jo art. 10 Gw, 12 en 13 Gw.
3. Vrijheid en vrijheid van beweging omschreven in art. 12 Bupoverdrag en negatief geformuleerd in art. 4 EVRM en positief in art. 5 EVRM.
4. Het recht op eigendom en sociale zekerheid. 1e protocol art. 1 EVRM.,
art. 14 Gw, alsmede art. 9 Ecosoc-verdrag.
5. Het recht om te huwen en een te stichten (art. 12 EVRM, 23 Bupo).
6. Het recht op vereniging (art. 8 Gw art. 11 EVRM, art. 22 Bupo).
7. Vrijheid van godsdienst, levensovertuiging en vrijheid van meningsuiting in privaatrechtelijke verhoudingen (art. 6 Gw, art. 9 EVRM, art. 19 Bupo).
8. Het recht op gelijke behandeling en het discriminatieverbod (art. 1 GW,14 EVRM,26Bupo).
9. Recht op toegang tot de onafhankelijke rechter voor de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen (art. 6 EVRM).

Legaliteitsbeginsel

Het legaliteitsbeginsel gaat over twee dingen: Ten eerste mogen nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht worden toegepast. ten tweede moet alles wat de overheid doet, gebaseerd zijn op de wet.

A. wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast. Art 1 SR

Dit beginsel is met name in het strafrecht terug te vinden. In een rechtsstaat mag namelijk niemand worden veroordeeld voor een handeling die nog niet verboden was op het ogenblik waarop die plaatsvond. Dit staat ook met zoveel woorden in artikel 16 van de grondwet: ‘Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.’

B. Elk handelen van de overheid moet een basis hebben in de wet. Art 2 SR

De overheid mag bijvoorbeeld alleen belastingen heffen als dat in de wet staat. (witwassen staat in de wet belasting niet.)

Rechtshandeling nietig

Nietig is een bepaalde juridische toestand van bijvoorbeeld een rechtshandeling. Wanneer een rechtshandeling dat is dan heeft de rechtshandeling juridisch gezien nooit bestaan. De wet bepaalt wanneer een rechtshandeling nietig is. Een voorbeeld van een nietige rechtshandeling is het sluiten van een overeenkomst om iemand te vermoorden. Iemand vermoorden is in strijd met de wet, daarom is deze rechtshandeling nietig. De nietigheid van de overeenkomst hoeft men niet aan te vragen, de rechtshandeling is dat automatisch. Dit noemen we ook wel nietigheid van rechtswege.

Dus je toets wederom is er een verbintenis ? Is de rechtshandeling strafbaar? voorbeeld word ik gedwongen iets te doen, iets niet te doen of te dulden ? Nee plus ja is dus van rechtswege nietig.

De burger (in civiel wetgeving/regelgeving) weet dan altijd waar hij aan toe is wanneer die zijn keus als mens IN PERSONA maakt. Hij kan het gedrag van de overheid als het ware dan voorspellen door deze te toetsen aan zijn meer omvattende recht in materiële zin ( Strafrecht ) in beschrijving van zijn recht art 3:7 BW . Dit noemen we de rechtszekerheid van de burger in de wet straf recht en wetgeving civiel recht Art 3:44 BW art 6:228 BW enz

In Nederland kan men voor het toepassen van de superioriteitsregel deze rangorde (de zogenoemde normenhierarchie) aanhouden:

  • een ieder verbindende bepalingen uit internationale verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties
  • het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is een overeenkomst tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden. Het regelt de verhoudingen tussen die landen.
  • de Grondwet buiten werking door het toetsingsverbod art 120 GW
  • wet in materiële zin dat wil zeggen dat ze voor iedereen gelden. (Strafrecht) welke wetten die in Nederland tot stand komen door samenwerking van regering en Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer). dan spreken we van ‘wetten in formele zin’
  • algemene maatregel van bestuur, Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) is in het Nederlandse openbaar bestuur het uitvoeringsbesluit behorende bij een wet, wordt genomen door de Kroon (de regering) en heeft een algemene strekking. Een AMvB heeft een algemene werking. In tegenstelling tot een formele wet, kan een AMvB aan de rechter worden voorgelegd ter toetsing aan de Grondwet. Algemene maatregelen van bestuur worden gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden.
  • ministeriële regeling
  • provinciale verordening
  • gemeentelijke verordening, waterschapsverordening en verordening van een productschap, hoofdbedrijfschap of een bedrijfschap

De laagste vorm is de beleidsregel, vaak uitwerkingen van de regelgeving.

Conclusie:

Politiek verenigingen (overheid) heeft geen primaat, niemand kan hen het recht geven het recht van andere te schenden. 0,1% of 80% democratisch voor gestemd beleid kan noch het recht van een 20% schenden. De machtiging tot vertegenwoordiging is geen vrijbriefje strafbare feiten te begaan noch de rechten van andere te schenden.

Deze toetsing kan zowel betreffen het doel als de feitelijke werkzaamheid van de vereniging, zoals blijkt uit art. 2:20 BW. Een vereniging die als doelstelling zou hebben de beperking van de uitoefening van grondrechten, komt in de verboden zone.

Ook art. 11 EVRM, bevat geen nadere bepaling van het begrip “vereniging.” Wel bevat dit artikel een limitatieve opsomming van de beperkingsgronden die in een democratische samenleving nodig zijn in het belang van de veiligheid, de openbare orde, het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en de goede zeden, en de
bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Art 140 Strafrecht

Artikel 140
1.

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2.

Deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard of van rechtswege is verboden of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in artikel 122, eerste lid, van Boek 10 Burgerlijk Wetboek is afgegeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

3.

Ten aanzien van de oprichters, leiders of bestuurders kunnen de gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd.

4.

Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt mede begrepen het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van de daar omschreven organisatie.

Les 4 in recht

EXAMEN VRAGEN Verzorgt door Regillio Vriesde

Bij deze video’s is het nu mogelijk uw kennis opgedaan via video’s te toetsen via een Multiple choice-tentamen vragen.

Gebruik voor je zelf toets examen vragen de link onder de video!

Klik hier om je kennis geleerd in deze video te testen: TEST JE KENNIS

Hoe schrijf ik zelf een goede dagvaarding (met gratis voorbeeld)?

bron:https://www.devoordeligstedeurwaarder.nl/hoe-schrijf-ik-zelf-een-goede-dagvaarding-voorbeeld/

Bent u op zoek naar een voorbeeld dagvaarding om zelf uw dagvaarding op te stellen? De Voordeligste Deurwaarder biedt u gratis een voorbeeld dagvaarding aan, waarmee u zonder advocaat zelf bij de kantonrechter kunt procederen. Stap voor stap leggen we u uit wat er in de dagvaarding moet komen te staan. Heeft u uw dagvaarding geschreven? Dan kunnen wij deze voor u betekenen, oftewel officieel overhandigen aan de gedaagde partij.

Inhoud

De betekenis van dagvaarding

De betekenis van dagvaarding: een schriftelijke oproep om te verschijnen/reageren op een vordering door middel van een gerechtelijke procedure. In een dagvaarding staat wat de eisende partij eist en waarom. Bijvoorbeeld een bedrag van € 5.000,- voor facturen die niet betaald zijn. In de meeste gevallen gaat het om niet betaalde rekeningen, achterstallige huursommen, een verstrekte geldlening die maar niet wordt terugbetaald of internetbestellingen die al wel zijn betaald en maar niet worden geleverd.

Voorwaarden om zelf te procederen zonder advocaat

In veel zaken is het mogelijk om te procederen zonder advocaat, bij de kantonrechter. Denk bijvoorbeeld aan onbetaalde facturen, salaris dat niet op tijd wordt betaald of een huurrechtgeschil. Om te procederen zonder advocaat moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Uw vordering moet lager zijn dan € 25.000,- (of u moet als consument in een winkel of webshop tot aankoop zijn overgegaan);
  • De gedaagde (natuurlijke) persoon is 18 jaar of ouder;
  • De gedaagde persoon moet nog in leven zijn.

Een voorbeeld (of concept) dagvaarding

In een dagvaarding wordt heel specifiek op de eis ingegaan waarom u veroordeling van de schuldenaar eist. Het is van belang dat alle feiten, inclusief de bijbehorende producties (bijlagen) op de juiste manier worden beschreven. Ook moet een dagvaarding aan een aantal formele eisen voldoen. Voldoet uw dagvaarding daar niet aan? Dan wordt uw dagvaarding nietig verklaard en wordt uw eis op vormfouten afgewezen. Om ervoor te zorgen dat uw dagvaarding aan de juiste eisen voldoet, hebben wij een voorbeeld en concept dagvaarding samengesteld.

Klik hier voor een voorbeeld dagvaarding

Zelf dagvaarding opstellen en/of zelf procederen bij de kantonrechter

In Nederland heeft iedere burger of ieder bedrijf het recht om zelf een gerechtelijke procedure bij de kantonrechter op te starten, zonder dat je persé een advocaat of jurist hoeft in te schakelen. Het is wel verplicht om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen.

Iedere burger mag in Nederland zelf een dagvaarding opstellen. Bij wet is geregeld dat een gerechtsdeurwaarder de dagvaarding aan de gedaagde persoon, instelling of bedrijf dient te overhandigen. Deurwaarders noemen deze ambtelijke handeling “het betekenen van de dagvaarding”. Zo weet de rechter zeker dat de gedaagde partij de dagvaarding ook daadwerkelijk tijdig heeft ontvangen.

In deze blog geef ik u tips om zelf uw dagvaarding op te stellen zodat u zelf kan procederen bij de kantonrechter. Juridische kennis is handig, maar niet strikt noodzakelijk! Ik leg u uit dat u nauwkeurig en concreet uw eis dient te formuleren en welke wettelijke termijnen er zijn. De gedaagde partij hoeft de dagvaarding niet aan te nemen van de gerechtsdeurwaarder die hem uitreikt en de gedaagde partij is niet verplicht te verschijnen op de zittingsdatum. De gerechtelijke procedure kan ook dan gewoon starten. Het is noodzakelijk dat u een adres heeft van uw gedaagde partij, alleen een e-mailadres, mobiel telefoonnummer of Facebook account is onvoldoende om iemand in rechte te betrekken.

Heeft u graag wat hulp bij het opstellen van uw dagvaarding? Geen probleem, we helpen u graag en controleren altijd uw dagvaarding op nietigheden, zodat uw weet dat u bij de juiste rechtbank in de juiste plaats en op het correcte tijdstip gaat procederen. Als u wilt controleren we uw dagvaarding ook op inhoudelijke argumenten. Indien gewenst of noodzakelijk vullen we uw opgestelde dagvaarding ook aan met jurisprudentie.

Wat is een dagvaarding nu eigenlijk?

De dagvaarding is een schriftelijke officiële oproeping voor de gedaagde partij om voor de rechter te verschijnen. Voor ons voorbeeld, klikt u op deze link. In de dagvaarding staat op welke dag, tijd en plaats de gedaagde partij wordt verwacht om zijn of haar kant van het geschil aan de rechter toe te lichten. De eisende partij heeft in de dagvaarding namelijk uiteen gezet waarom er een geschil of een verschil van inzicht is. In de dagvaarding kan ieder (financieel) geschil omschreven worden.

Het is belangrijk als u zelf de dagvaarding opstelt om duidelijk, feitelijk en helder uiteen te zetten wat de afspraken waren en welke afspraak niet correct is nagekomen. Dit dient vanzelfsprekend onderbouwd te worden met bewijzen. Bewijs kan bijvoorbeeld zijn een ondertekende overeenkomst, foto’s, e-mails, sms-jes of Whatsappjes die over en weer zijn gestuurd waarin betaling wordt toegezegd of waarin de schuld wordt erkend.

Bijlage wordt productie genoemd in de dagvaarding

Bewijs van uw vordering, geschil of geldlening dient in de dagvaarding nauwkeurig te worden beschreven en moet als bijlage bij de dagvaarding worden toegevoegd. Bijlagen worden in de dagvaarding en bij de rechtbank “producties” genoemd. Wanneer de rechter of deurwaarder dan spreekt over een “productie” of productie nummer 5, dan wordt daarmee bijlage nummer 5 bedoeld waarover wordt gesproken in de dagvaarding. Er is geen beperking op het aantal producties dat kan worden toegevoegd aan de dagvaarding. Iedere productie dient ter bewijs en ondersteuning van de argumenten die worden gebruikt in de dagvaarding. Vandaar dat het eerste bewijsstuk vaak productie één wordt genoemd en bewijsstuk nummer twee, productie nummer twee, enzovoort. De rechter verwacht dat uw producties overzichtelijk worden aangeboden.

Voor ons voorbeeld van een productie overzicht klikt u op deze link.

Formaliteiten van de dagvaarding

De dagvaarding dient aan een aantal formaliteiten te voldoen om hem rechtsgeldig door de gerechtsdeurwaarder te kunnen laten betekenen. Zo begint de dagvaarding altijd met de datum voluit geschreven waarop de gerechtsdeurwaarder de dagvaarding overhandigt aan de gedaagde partij. Daarna volgen meestal de volledige voornamen van de eisende partij. De volledige voornamen moeten op straffe van nietigheid worden vermeld, evenals de woonplaats van de eisende partij. Daarnaast moet er een adres worden vermeld waar de griffie van de rechtbank post of het vonnis naar toe kan sturen. Dit noemen ze in de “juridische wereld” met een moeilijk woord “domicilie keuze” of met een iets eenvoudiger woord, “woonplaats keuze”. Er kan op ieder adres in Nederland “woonplaats” door de eiser worden gekozen. Het mag geen postbus adres zijn en het mag ook geen e-mailadres zijn.

Woonplaats gedaagde

Soms willen mensen iemand dagvaarden maar hebben ze geen idee waar de gedaagde partij in Nederland woont. Dan zijn de volledige voornamen en achternaam van de gedaagde partij belangrijk, evenals de geboortedatum of burger service nummer. Zonder naam, (voormalig) woonadres, geboortedatum en/of burger service nummer is het haast onmogelijk om iemand te dagvaarden. Gerechtsdeurwaarders mogen namelijk wel in de Gemeentelijke Basisadministratie kijken of ze de huidige adres gegevens en geboortedatum van de gedaagde partij kunnen achterhalen. Wanneer bijvoorbeeld alleen de naam “ J. Jansen” in ’s-Hertogenbosch bekend is, dan kan de gerechtsdeurwaarder de heer of mevrouw Jansen niet vinden. Wanneer een voormalig adres bekend is, bij voorkeur met een geboortedatum, dan kan met vrij grote zekerheid de heer of mevrouw Jansen wél gevonden worden en kan zodoende de gerechtsdeurwaarder de dagvaarding op het nieuwe adres van Jansen overhandigen aan Jansen.

Email-adres, Facebook of mobiel telefoonnummer?

Wanneer alleen het mobiele telefoonnummer of alleen het e-mailadres van de gedaagde partij bekend is, kan de deurwaarder geen dagvaarding aan deze gedaagde overhandigen. De gerechtsdeurwaarder mag de dagvaarding namelijk nog niet per e-mail of Whatsapp versturen. De gerechtsdeurwaarder mag eveneens niet via Facebook of Instagram iemand een “direct message” sturen met de oproeping voor de gerechtelijke procedure. Dit is wettelijk niet toegestaan.

Wettelijke termijn

De gedaagde partij moet normaal gesproken minimaal één week en één dag de tijd hebben om zich voor te bereiden op de gerechtelijke procedure. De gerechtsdeurwaarder zal zodoende dus altijd minimaal één dag en één week vóór de zittingsdatum (de start van de gerechtelijke procedure) de dagvaarding overhandigen aan de gedaagde partij. Een “kort geding” dagvaarding kan daar een uitzondering op zijn. Dan is er een groot spoedeisend belang dat niet langer kan wachten en om onmiddellijke actie vraagt. In dat geval kan de rechter bepalen dat de normale dagvaardingstermijn verkort dient te worden. Dit staat dan altijd boven in de dagvaarding vermeld.

Gedaagde partij hoeft de dagvaarding niet aan te nemen

De gedaagde partij hoeft niet perse thuis te zijn of de dagvaarding in ontvangst te nemen, om toch rechtsgeldig te kunnen worden opgeroepen voor de zitting bij de gerechtelijke procedure. Als dit namelijk zo zou zijn, dan zou niemand open doen als de gerechtsdeurwaarder op de stoep staat om de dagvaarding te overhandigen. De wet bepaalt daarom dat ondanks dat iemand niet thuis is, gedaagde de deurwaarder wegjaagt, gedaagde wel thuis is maar niet open doet of geen brievenbus heeft, gedaagde dan toch rechtsgeldig is gedagvaard.

Het overkomt gerechtsdeurwaarders wel eens dat de gedaagde partij zo boos is en het niet eens is met de eis van de eisende partij dat de gedaagde de zojuist overhandigde dagvaarding voor de neus van de gerechtsdeurwaarder in 100 stukken scheurt en in de buitenlucht de versnipperde dagvaarding weggooit. Toch is de gedaagde partij dan wél rechtsgeldig opgeroepen om op de zitting te verschijnen.

Wanneer de gedaagde partij zijn of haar brievenbus heeft dichtgeplakt, dicht geschroefd, overvol zit met reclame folders of andere post, of wanneer er helemaal geen (eigen) brievenbus is, zal de gerechtsdeurwaarder als er ook niemand open doet op het bewuste adres, de dagvaarding per post naar de gedaagde partij toesturen. Ook dan is de dagvaarding rechtsgeldig betekend. De Wet gaat er van uit dat de postbode waarschijnlijk wel weet hoe dat de post de gedaagde kan bereiken. De gerechtsdeurwaarder mag de dagvaarding nooit aan een buurman afgeven op een ander adres. Wel mag de deurwaarder de dagvaarding aan de klusjesman, huishoudelijke hulp, kinderen of andere aanwezigen op het bewuste adres waar de gedaagde partij woont of verblijft afgeven. De gerechtsdeurwaarder zal dan in de dagvaarding noteren aan wie hij de dagvaarding heeft afgegeven.

Huis afgebrand, gesloopt of leegstaand huis

Het kan voorkomen dat de gerechtsdeurwaarder arriveert op een adres waarvan in de registers van de Gemeentelijke Basisadministratie vermeld staat dat de gedaagde partij op dat specifieke adres staat ingeschreven. De gerechtsdeurwaarder mag de dagvaarding niet achterlaten op een adres waarvan de deurwaarder het vermoeden heeft dat de gedaagde partij daar niet meer woonachtig is. Wanneer de deurwaarder bijvoorbeeld een huis volledig leeg ziet staan, of wanneer het huis onbewoonbaar is geworden door een brand of het huis is onbewoonbaar omdat het huis wordt gesloopt, dan mag de deurwaarder de dagvaarding op dat adres niet achterlaten. De dagvaarding dient dan “openbaar” betekend te worden.

Openbaar dagvaarden

Wanneer iemand niet meer woont waar redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij daar woont, of de deurwaarder ziet dat het huis leeg staat, dan moet de deurwaarder de dagvaarding openbaar betekenen. In de praktijk zal de deurwaarder dan de dagvaarding bij de rechtbank betekenen waar de gerechtelijke procedure gevoerd moet worden. Daarnaast zal de gerechtsdeurwaarder een advertentie plaatsen in de Staatscourant. Dat is een wettelijke vereiste. De gedachte hierachter is dat iedere burger zodoende kan controleren of hij is opgeroepen om bij een gerechtelijke procedure aanwezig te zijn. In de praktijk komt het zelden voor dat burgers de Staatscourant raadplegen, maar het is wel een vereiste voor de rechter om de vordering toe te kunnen wijzen aan de eisende partij.

Gerechtsdeurwaarders mogen ook op zaterdag werken

De werktijden van de gerechtsdeurwaarders zijn wettelijk vastgelegd in de Gerechtsdeurwaarderswet. De werktijden van gerechtsdeurwaarders zijn van ’s-morgens 07:00 uur tot ’s avonds 20:00 uur. Ook op zaterdag, maar niet op zondag. Op zondag mogen gerechtsdeurwaarders geen ambtelijke handelingen verrichten (bijvoorbeeld de dagvaarding betekenen). Wanneer een gerechtsdeurwaarder bijvoorbeeld op zaterdagochtend om 07:00 uur of op zaterdagavond om 19:59 uur een dagvaarding overhandigd aan de gedaagde partij, dan is de dagvaarding 100% rechtsgeldig betekend. Als de rechter speciaal verlof heeft gegeven aan de gerechtsdeurwaarder, dan mag de dagvaarding vanzelfsprekend dag en nacht én op zondag betekend worden. Denk hierbij aan een zeer spoedeisend kort geding om bijvoorbeeld een (massale) staking te voorkomen. Dan kan de rechter afwijken van deze wettelijke regels.

Verstek laten gaan

De gedaagde partij is niet verplicht om naar de zitting van de gerechtelijke procedure bij de Kantonrechter te gaan. Komt de gedaagde partij namelijk niet opdagen, dan wordt de gedaagde partij automatisch veroordeeld zoals de eisende partij heeft gevraagd, tenzij de rechter de vordering van de eisende partij onrechtmatig of ongegrond vindt. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de rechter geen reden vindt in de onderbouwing van de eis in de dagvaarding om de gedaagde tot betaling te veroordelen. Zoals in het geval dat er onvoldoende duidelijk wordt gemaakt en wordt onderbouwd waarom er een vordering is. Het is bijvoorbeeld niet aannemelijk of geloofwaardig dat er € 10.000.000,- van iemand wordt gevorderd, zonder duidelijk bewijs en zonder dat hierover afspraken zijn gemaakt. De rechter zal deze vordering dan ook hoogstwaarschijnlijk afwijzen, ook al is de gedaagde partij niet op komen dagen.

Zittingsdatum

Bij het betekenen van de dagvaarding vult de deurwaarder meestal in overleg met de eisende partij de zittingsdatum in. De minimale termijn om iemand op te roepen voor de gerechtelijke procedure is 8 kalenderdagen en de maximale termijn is één jaar. Je mag zodoende tot één jaar vooruit de dagvaarding laten betekenen door de gerechtsdeurwaarder. De tussenliggende tijd zou dan gebruikt kunnen worden om te onderhandelen. Dit komt in de praktijk echter niet vaak voor. Het is gebruikelijk om twee tot vier weken voorafgaand aan de zittingsdatum de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder te laten overhandigen aan de gedaagde partij. Deze tussentijd kan dan gebruikt worden om nog nader te onderhandelen of om zich voor te bereiden op de gerechtelijke procedure.

Eisende partij hoeft niet aanwezig te zijn op de zittingsdatum

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hoeft de eisende partij niet aanwezig te zijn op de datum die in de dagvaarding staat vermeld. Deze datum, de zittingsdatum en tijd, zijn uitsluitend voor de gedaagde partij. De gedaagde partij mag voorafgaand aan deze zittingsdatum ook schriftelijk reageren op de stellingen, argumenten en de eis van de eisende partij. De rechter laat de eisende partij per brief weten wat er op de zitting is gebeurd.”

Gedaagde partij mag zelf het woord voeren bij de Kantonrechter

De gedaagde partij mag zelf zijn of haar verhaal vertellen tegen de rechter op de datum, het tijdstip en op de locatie die in de dagvaarding staan vermeld als zittingsdatum en tijdstip. Dan kan de gedaagde partij het geschil nader uitleggen en aangeven of het klopt wat de eisende partij vordert en vraagt aan de rechter. Soms heeft de rechter ook inhoudelijke vragen aan de gedaagde partij. De rechter vraagt vaak aan de gedaagde partij of hij/ zij de vordering betwist of erkent. Wanneer de gedaagde partij aangeeft dat het verhaal klopt zoals dat in de dagvaarding staat beschreven, maar laat weten het geld niet te hebben, dan zal de rechter de vordering toch toewijzen. Financieel onvermogen van de gedaagde partij is voor de rechter namelijk geen reden om de vordering af te wijzen. De rechter mag geen betalingsregeling toezeggen aan de gedaagde partij.

Zelf uw dagvaarding schrijven

U heeft nu u bovenstaande tekst heeft gelezen veel achtergrond informatie gekregen over de dagvaarding en hoe de gerechtsdeurwaarder u kan helpen met het overhandigen van de door u geschreven dagvaarding aan de gedaagde partij. Om het u makkelijk te maken hebben we voor u een link naar blanco dagvaarding opgesteld waarmee u zelf een voorbeeld kan zien en een begin kan maken om zelf uw dagvaarding te schrijven.

Ben nauwkeurig, volledig, concreet en “to the point”. Beschrijf duidelijk wat u van de gedaagde partij eist. Wees concreet met het bedrag wat u wilt vorderen en ben volledig met de bewijsvoering ter ondersteuning van uw vordering. Ben ook eerlijk in uw dagvaarding. Als tijdens de gerechtelijke procedure blijkt dat u ergens over heeft gelogen, bewust bepaalde informatie heeft achter gehouden of de zaken heeft verdraaid, dan zal de rechter u hierop afstraffen en vermoedelijk uw vordering afwijzen.

Dagvaarding zelf geschreven? Stuur hem naar ons op!

Als u uw dagvaarding zelf heeft geschreven kunt u de opgestelde dagvaarding per e-mail naar ons toesturen naar het e-mailadres info@devoordeligstedeurwaarder.nl. Het meest handige is om uw geschreven dagvaarding in een “Word bestand” naar ons toe te sturen. Uw producties/bewijsstukken ontvangen wij graag in één apart PDF bestand, waarbij ieder bewijsstuk een voorblad heeft, zodat de rechter weet en kan zien welk bewijsstuk productie één betreft en welke bewijsstuk productie twee is, en zo verder.

Wij controleren uw dagvaarding op nietigheden

Als wij uw e-mail met de door u opgestelde dagvaarding hebben ontvangen, sturen wij u altijd een bevestiging van ontvangst plus onze nota. Hierna controleren wij uw dagvaarding altijd op nietigheden, zodat u zeker weet dat u een correcte dagvaarding heeft geschreven. De zittingsdatum vullen wij voor u in. Tenslotte betekenen we de dagvaarding meestal binnen één week bij uw gedaagde partij. De zittingsdatum is dan vaak drie of vier weken later.

Extra controle door ons op hoge schulden van de gedaagde partij

Als gerechtsdeurwaarderskantoor zijn wij wettelijk bevoegd om uw gedaagde partij te raadplegen in het Digitaal Beslag Register. Dat is een extra controle waarmee u veel geld kan besparen. Zo verkleint u de kans dat uw gedaagde partij al torenhoge schulden heeft en dat u de “zoveelste” schuldeiser bent. Gerechtsdeurwaarderskantoren registreren namelijk de schulden van een schuldenaar in het Digitale Beslag Register als er bijvoorbeeld loonbeslag wordt gelegd ten laste van een schuldenaar. Zo weten andere gerechtsdeurwaarders of het zinvol is om uw dagvaarding te betekenen. Als wij als gerechtsdeurwaarderskantoor zien dat uw schuldenaar/ gedaagde partij al hoge schulden heeft en het niet waarschijnlijk is dat deze schulden binnen 3 jaar zijn afgelost, geven wij u het advies om niet te gaan dagvaarden en u deze kosten te besparen. De kans dat u uw geld dan namelijk van deze gedaagde partij/ schuldenaar nog kan krijgen, is dan erg klein.

Raadplegen of uw gedaagde partij voorkomt in het Digitaal Beslag Register kan veel ellende en teleurstellingen achteraf voorkomen en zo voorkomt u ook dat u kosten maakt die nooit meer te verhalen zijn. Wel is het zo dat het Digitaal Beslag Register niet volledig of zaligmakend is. Zo doen bijvoorbeeld de Belastingdienst en de Sociale Dienst niet mee met het registreren van schulden in het Digitaal Beslag Register. Het kan dus zijn dat bij controle in het Digitaal Beslag Register uw gedaagde partij niet voorkomt en achteraf blijkt dat uw schuldenaar een schuld heeft bij de Belastingdienst.

Onze gerechtsdeurwaarder betekent uw dagvaarding

Na betekening van uw dagvaarding wordt u door onze gerechtsdeurwaarder gebeld, zodat u weet dat uw dagvaarding is uitgereikt aan de gedaagde partij. Vervolgens scannen wij een werkdag later uw uitgebrachte en door de gerechtsdeurwaarder ondertekende dagvaarding voor u in en ontvangt u de betekende dagvaarding alvast per e-mail. De originele ondertekende dagvaarding met producties sturen wij per post naar u toe.

U dient de betekende dagvaarding zelf naar de rechtbank te brengen

Het is belangrijk dat u de door onze gerechtsdeurwaarder ondertekende dagvaarding inclusief de bijbehorende producties, zelf naar de rechtbank stuurt of zelf langsbrengt bij de griffie van de rechtbank. Ons advies is om uw betekende dagvaarding persoonlijk af te geven bij de griffie van de rechtbank waar uw gerechtelijke procedure gevoerd zal worden. Zo weet u zeker dat de rechtbank uw betekende dagvaarding heeft ontvangen en in behandeling zal nemen. De rechtbank stuurt u opmerkelijk genoeg namelijk geen ontvangstbevestiging als u per post uw dagvaarding zou toesturen. Zodoende weet u nooit zeker of de rechtbank uw betekende dagvaarding tijdig heeft ontvangen. Uiterlijk twee dagen voor de zitting moet de betekende dagvaarding door de rechtbank ontvangen zijn, anders heeft de rechter onvoldoende tijd om kennis te nemen van uw geschil en zich voor te bereiden.

Absolute zekerheid op rechtsgeldige dagvaarding

We controleren altijd de formele gegevens in uw dagvaarding. Hierbij kunt u denken aan de correcte namen en adressen van de eisende en gedaagde partij. De termijnen voor de zittingsdatum controleren we eveneens en of u bij de juiste rechtbank op de juiste dag en tijd de gedaagde partij oproept voor de gerechtelijke procedure. Wij controleren niet vanzelfsprekend de reden waarom u uw geschil aan de rechter wilt voorleggen.

Een beetje (juridische) hulp nodig?

Heeft u moeite met het inhoudelijk schrijven van de dagvaarding of wilt u graag een inhoudelijke juridische controle? Dan kan De Voordeligste Deurwaarder u helpen met juridisch advies. Wij helpen u juridisch te beargumenteren waarom u vindt dat uw schuldenaar veroordeeld moet worden. We helpen u bijvoorbeeld uw dagvaarding juridisch te finetunen of uw argumentatie door middel van jurisprudentie of wetsartikelen te onderbouwen, zodat de juridische grondslag van uw vordering staat als een huis. De kosten hiervoor zijn € 99,- per uur, exclusief btw. Vanzelfsprekend kunnen wij niet garanderen (ook niet na onze juridische correcties) dat de rechter uw vordering toewijst. Helaas mogen deze juridische advieskosten niet verhaald worden op de gedaagde partij. De meeste dagvaardingen kunnen wij binnen twee uur juridisch corrigeren, aanvullen en met jurisprudentie onderbouwen. Soms hebben we daar meer tijd voor nodig, bijvoorbeeld drie of vier uur. Dat hangt af van het aantal pagina’s dat wij voor u dienen te corrigeren en de juridische complexiteit van uw vordering. Voordat wij starten met het juridisch corrigeren van de door u geschreven dagvaarding, zullen wij dit met u overleggen. Zo weet u altijd vooraf of er nog extra kosten voor u bijkomen.

Onze kosten voor het uitbrengen van een dagvaarding per 1 januari 2022

U krijgt van ons altijd een gratis telefonisch intakegesprek van 10 minuten met een van onze gerechtsdeurwaarders of juristen. Dan kunt u daarna vrijblijvend beslissen of u liever volledig ontzorgd wilt worden met onze juridische hulp, of de uitdaging aangaat om zelf uw eigen dagvaarding te gaan schrijven. Als u voor de uitdaging gaat, hebben voor u een “package deal” die u € 259,- inclusief btw kost.

Kiest u voor de Packagedeal van € 259,-? Dan doen wij het volgende voor u:

  1. De door u te betalen kosten aan ons, proberen wij bij de rechter voor u vergoed te krijgen.
  2. Controle op juistheid van adresgegevens van gedaagde.
  3. Gedaagde personen worden door ons financieel gescreend. Dit vergroot de kans op inning.
  4. De juiste rechtbank, de zittingslocatie en zittingstijd worden door ons ingepland en vermeld in uw dagvaarding (u hoeft hierbij niet zelf aanwezig te zijn).
  5. Onze deurwaarder overhandigt uw dagvaarding aan gedaagde partij. (dit is wettelijk verplicht)
  6. Onze deurwaarder neemt telefonisch contact met u op zodra uw dagvaarding is betekend.
  7. U krijgt een scan van de uitgebrachte dagvaarding per e-mail.
  8. U ontvangt per post de originele uitgebrachte dagvaarding.

Heeft u de gerechtelijke procedure gewonnen?

Als u gelijk heeft gekregen van de rechter en uw vordering is toegewezen, dan is het niet vanzelfsprekend dat de veroordeelde partij aan u alles betaalt waar u recht op heeft. Ondanks dat de rechtbank vaak het vonnis ook toestuurt naar de veroordeelde partij, hoeft de veroordeelde partij pas te betalen als de gerechtsdeurwaarder het vonnis heeft overhandigd aan de veroordeelde partij. Pas dan is het vonnis rechtsgeldig betekend en moet de veroordeelde partij voldoen aan hetgeen de rechter heeft besloten. Het is zodoende verstandig om altijd het vonnis te laten betekenen door een gerechtsdeurwaarder, anders kan het vonnis niet ten uitvoer worden gelegd.

Wij incasseren uw vonnis vanaf € 99,- en 10% ex btw afwikkelingskosten

Wij kunnen uw verkregen vonnis voor u betekenen en ten uitvoer leggen/ incasseren. Wij doen dat als het ware op no cure no pay basis met een opstarttarief vanaf € 99,- en 10% afwikkelingskosten. Vanzelfsprekend verhalen we dan ook de kosten die u heeft gemaakt bij het betekenen van de dagvaarding. U heeft dan verder geen enkel kostenrisico op dure deurwaarderskosten. Dat is het voordeel van De Voordeligste Deurwaarder.

Heeft u nog vragen over ons voorbeeld of concept dagvaarding, laat het ons vooral weten.

Renteverhoging kan weer een recessie uitlokken.

In het ANP-bericht van 4 mei 2022 werd de renteverhoging van een half procent in de VS gemeld om de inflatie te beteugelen. De vraag is of dat effectief is. In mijn analyse van het geldsysteem wordt duidelijk dat de structuur van ons geld afwijkt van wat economen en politici denken te bereiken. Want wat gebeurt er werkelijk door die renteverhoging? Ten eerste krimpt de hoeveelheid actief geld (M1) in omloop door de hogere prijs voor het lenen van geld; en daarmee een daling van de investeringen in productiecapaciteit en belastingopbrengst. Dat kan een recessie uitlokken met meer werkloosheid en minder aanbod van goederen en diensten, met als gevolg daarvan ook weer minder belastingopbrengst, met daar tegenover weer een hogere prijs (prijsinflatie) door minder aanbod. De vraag naar producten en diensten wordt dan ingeperkt en dus zullen de prijzen dus toch een dalende tendens laten zien. Het afremmen van inflatie wordt nog steeds niet goed begrepen, omdat excessieve geldcreatie inderdaad echte inflatie (is opblazen) veroorzaakt, zoals in de Weimar republiek ooit het geval was met postzegels van een miljoen mark.

Dit oude recept om prijsstijging te beperken wordt ook nu weer toegepast, zonder dat men in de gaten heeft dat inflatie ook positieve aspecten heeft. Namelijk het verminderen van alle schulden van zowel de overheid als van bedrijven en particuliere spaarders. Inflatie is niet alleen het aanbod van te veel geld in omloop, maar is een gevolg van twee ontwikkelingen. Namelijk 1, het tekort aan aanbod in de markt en een teveel aan geldschepping aan de vraagzijde van de economie, en 2: het uitblijven van voldoende aanbod om de vraag naar producten op te vangen.

Dus twee onafhankelijke aspecten van het geldsysteem. De FED hanteert nu alleen de doelbewuste krimp van de omvang van de geldhoeveelheid (M1) en neemt maatregelen die niets met een teveel aan geld in omloop te maken hebben bij de prijsvorming, maar het gebrek aan input van productie en dienstverlening door allerlei belemmeringen die het prijspeil laten oplopen, en niet de visie op een grotere vraag naar producten en diensten dan dat de markt nu aanbiedt. Import en export worden ook door politieke beslissingen gehinderd waardoor de prijzen oplopen. Daarnaast veroorzaakt die ontwrichting van de goederen- en dienstenstroom een prijsstijging die als inflatie wordt gezien maar dat niet is. Ergo, de economie heeft last van deflatoire invloeden waardoor het prijspeil stijgt met afnemende omzet in de economie. Die verhoging van de rente in de VS is dus negatief voor zowel de economie als geheel als voor de koopkracht die door de stijging van het  prijspeil deflatoir met M1 uitpakt en het weglekken van koopkracht uit de economie die de handel belemmert; en daarmee alle aspecten van economische ontwikkeling. Zie hoe ik in 1986 al nadacht over ons geldsysteem.

M.v.g.

 R.M. Brockhus

Westkade 227

1273 RJ Huizen

035-5268153

Mail: sdn@planet.nl

Web: www.sdnl.nl

Handvest van de Verenigde Naties, NL

Hoofdstuk I: Doelen en principes

Artikel 1

De doelstellingen van de Verenigde Naties zijn:

  1. Om de internationale vrede en veiligheid te handhaven, en daartoe: het nemen van effectieve collectieve maatregelen ter voorkoming en verwijdering van bedreigingen voor de vrede, en voor het onderdrukken van daden van agressie of andere schendingen van de vrede, en om met vreedzame middelen te bewerkstelligen , en in overeenstemming met de beginselen van justitie en internationaal recht, aanpassing of beslechting van internationale geschillen of situaties die kunnen leiden tot een schending van de vrede;
  2. Het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen naties gebaseerd op respect voor het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, en het nemen van andere passende maatregelen om de universele vrede te versterken;
  3. Internationale samenwerking tot stand brengen bij het oplossen van internationale problemen van economische, sociale, culturele of humanitaire aard en bij het bevorderen en aanmoedigen van respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor iedereen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie; en
  4. Een centrum zijn voor het harmoniseren van de acties van naties bij het bereiken van deze gemeenschappelijke doelen.

Artikel 2

De Organisatie en haar Leden zullen bij het nastreven van de in artikel 1 genoemde doeleinden handelen in overeenstemming met de volgende beginselen.

  1. De Organisatie is gebaseerd op het principe van de soevereine gelijkheid van al haar Leden.
  2. Alle Leden dienen, om hun allen de rechten en voordelen die voortvloeien uit het lidmaatschap te verzekeren, te goeder trouw de verplichtingen na te komen die zij zijn aangegaan in overeenstemming met dit Handvest.
  3. Alle Leden zullen hun internationale geschillen langs vreedzame weg beslechten op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht.
  4. Alle Leden onthouden zich in hun internationale betrekkingen van dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een staat, of op enige andere manier die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties.
  5. Alle Leden verlenen de Verenigde Naties alle hulp bij elke actie die zij ondernemen in overeenstemming met dit Handvest, en onthouden zich van het verlenen van hulp aan een staat waartegen de Verenigde Naties preventieve of handhavende maatregelen nemen.
  6. De Organisatie zorgt ervoor dat staten die geen lid zijn van de Verenigde Naties handelen in overeenstemming met deze Beginselen voor zover dat nodig is voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
  7. Niets in dit Handvest machtigt de Verenigde Naties om tussenbeide te komen in aangelegenheden die in wezen binnen de nationale jurisdictie van een staat vallen, of zal de Leden ertoe verplichten dergelijke aangelegenheden te onderwerpen aan een regeling krachtens dit Handvest; maar dit beginsel doet geen afbreuk aan de toepassing van handhavingsmaatregelen krachtens hoofdstuk Vll.

Hoofdstuk II: Lidmaatschap

Artikel 3

De oorspronkelijke Leden van de Verenigde Naties zijn de staten die, nadat zij hebben deelgenomen aan de Conferentie van de Verenigde Naties over de Internationale Organisatie te San Francisco, of die eerder de Verklaring van de Verenigde Naties van 1 januari 1942 hebben ondertekend, dit Handvest ondertekenen en bekrachtigen in overeenstemming met met artikel 110.

Artikel 4

  1. Het lidmaatschap van de Verenigde Naties staat open voor alle andere vredelievende staten die de verplichtingen vervat in dit Handvest aanvaarden en, naar het oordeel van de Organisatie, in staat en bereid zijn deze verplichtingen na te komen.
  2. De toelating van een dergelijke staat tot het lidmaatschap van de Verenigde Naties geschiedt bij besluit van de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad.

Artikel 5

Een lid van de Verenigde Naties tegen wie door de Veiligheidsraad preventieve of handhavende maatregelen zijn genomen, kan op aanbeveling van de Veiligheidsraad door de Algemene Vergadering worden geschorst van de uitoefening van de rechten en voorrechten van het lidmaatschap. De uitoefening van deze rechten en voorrechten kan worden hersteld door de Veiligheidsraad.

Artikel 6

Een lid van de Verenigde Naties dat voortdurend de in dit Handvest vervatte beginselen heeft geschonden, kan op aanbeveling van de Veiligheidsraad door de Algemene Vergadering uit de Organisatie worden verwijderd.

Hoofdstuk III: Organen

Artikel 7

  1. Als belangrijkste organen van de Verenigde Naties zijn ingesteld: een Algemene Vergadering, een Veiligheidsraad, een Economische en Sociale Raad, een Trustschapsraad, een Internationaal Gerechtshof en een secretariaat.
  2. De hulporganen die nodig worden geacht, kunnen worden opgericht in overeenstemming met dit Handvest.

Artikel 8

De Verenigde Naties leggen geen beperkingen op aan de geschiktheid van mannen en vrouwen om in welke hoedanigheid en onder gelijke voorwaarden ook deel te nemen aan haar hoofd- en hulporganen.

Hoofdstuk IV: De algemene Vergadering

SAMENSTELLING

Artikel 9

  1. De Algemene Vergadering zal bestaan ​​uit alle Leden van de Verenigde Naties.
  2. Elk lid heeft niet meer dan vijf vertegenwoordigers in de algemene vergadering.

FUNCTIES EN KRACHTEN

Artikel 10

De Algemene Vergadering kan alle vragen of aangelegenheden bespreken die binnen de reikwijdte van dit Handvest vallen of die verband houden met de bevoegdheden en functies van de organen waarin dit Handvest voorziet, en kan, behalve zoals bepaald in artikel 12, aanbevelingen doen aan de Leden van de Verenigde Naties of de Veiligheidsraad of beide over dergelijke vragen of zaken.

Artikel 11

  1. De Algemene Vergadering kan de algemene beginselen van samenwerking bij de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in overweging nemen, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op ontwapening en de regulering van bewapening, en kan met betrekking tot deze beginselen aanbevelingen doen aan de Leden of aan de Veiligheidsraad of aan beide.
  2. De Algemene Vergadering kan alle kwesties bespreken die verband houden met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, die aan haar worden voorgelegd door een lid van de Verenigde Naties, of door de Veiligheidsraad, of door een staat die geen lid is van de Verenigde Naties in overeenstemming met artikel 35, tweede lid, en kan, behalve zoals bepaald in artikel 12, aanbevelingen doen met betrekking tot dergelijke vragen aan de betrokken staat of staten of aan de Veiligheidsraad of aan beide. Elke dergelijke kwestie waarvoor actie nodig is, wordt door de Algemene Vergadering voor of na bespreking voorgelegd aan de Veiligheidsraad.
  3. De Algemene Vergadering kan de aandacht van de Veiligheidsraad vestigen op situaties die de internationale vrede en veiligheid in gevaar kunnen brengen.
  4. De bevoegdheden van de Algemene Vergadering uiteengezet in dit artikel beperken de algemene reikwijdte van artikel 10 niet.

Artikel 12

  1. Terwijl de Veiligheidsraad met betrekking tot een geschil of situatie de functies uitoefent die hem in dit Handvest zijn toegewezen, doet de Algemene Vergadering geen aanbeveling met betrekking tot dat geschil of die situatie, tenzij de Veiligheidsraad daarom verzoekt.
  2. De Secretaris-Generaal stelt, met instemming van de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering op elke zitting in kennis van alle aangelegenheden met betrekking tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid die worden behandeld door de Veiligheidsraad en stelt op dezelfde wijze de Algemene Vergadering ervan in kennis, of de Leden van de Verenigde Naties indien de Algemene Vergadering niet bijeen is, stopt de Veiligheidsraad onmiddellijk met het behandelen van dergelijke zaken.

Artikel 13

  1. De Algemene Vergadering zal studies initiëren en aanbevelingen doen met het oog op:
    1. bevordering van internationale samenwerking op politiek gebied en aanmoediging van de geleidelijke ontwikkeling van het internationaal recht en de codificatie daarvan;
    2. bevordering van internationale samenwerking op economisch, sociaal, cultureel, educatief en gezondheidsgebied, en het assisteren bij de verwezenlijking van mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie.
  2. De verdere verantwoordelijkheden, functies en bevoegdheden van de Algemene Vergadering met betrekking tot aangelegenheden genoemd in paragraaf 1 (b) hierboven zijn uiteengezet in Hoofdstukken IX en X.

Artikel 14

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 12 kan de Algemene Vergadering maatregelen aanbevelen voor de vreedzame aanpassing van elke situatie, ongeacht de oorsprong, die zij waarschijnlijk het algemeen welzijn of de vriendschappelijke betrekkingen tussen naties schaadt, met inbegrip van situaties die het gevolg zijn van een schending van de bepalingen van dit Handvest waarin de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties worden uiteengezet.

Artikel 15

  1. De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt jaarlijkse en speciale rapporten van de Veiligheidsraad; deze rapporten bevatten een overzicht van de maatregelen die de Veiligheidsraad heeft besloten of genomen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven.
  2. De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt rapporten van de andere organen van de Verenigde Naties.

Artikel 16

De Algemene Vergadering vervult met betrekking tot het internationale trustschapssysteem de taken die haar zijn toegewezen krachtens de hoofdstukken XII en XIII, met inbegrip van de goedkeuring van de trustschapsovereenkomsten voor gebieden die niet als strategisch zijn aangemerkt.

Artikel 17

  1. De Algemene Vergadering bestudeert en keurt de begroting van de Organisatie goed.
  2. De kosten van de Organisatie worden gedragen door de Leden, zoals verdeeld door de Algemene Vergadering.
  3. De Algemene Vergadering bestudeert en keurt alle financiële en budgettaire regelingen met gespecialiseerde agentschappen als bedoeld in artikel 57 goed en onderzoekt de administratieve begrotingen van dergelijke gespecialiseerde agentschappen met het oog op het doen van aanbevelingen aan de betrokken agentschappen.

STEMMEN

Artikel 18

  1. Elk lid van de Algemene Vergadering heeft één stem.
  2. Besluiten van de Algemene Vergadering over belangrijke kwesties worden genomen met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Deze vragen omvatten: aanbevelingen met betrekking tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de verkiezing van de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, de verkiezing van de leden van de Economische en Sociale Raad, de verkiezing van de leden van de Trustschapsraad in overeenstemming met artikel 86, lid 1, onder c), de toelating van nieuwe leden tot de Verenigde Naties, de opschorting van de rechten en privileges van het lidmaatschap, de verwijdering van leden, vragen met betrekking tot de werking van het trustschapssysteem en begrotingskwesties .
  3. Beslissingen over andere vraagstukken, met inbegrip van de vaststelling van aanvullende categorieën van vraagstukken waarover met een tweederdemeerderheid moet worden beslist, worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

Artikel 19

Een lid van de Verenigde Naties dat achterstallig is met de betaling van zijn financiële bijdragen aan de Organisatie, heeft geen stem in de Algemene Vergadering indien het bedrag van zijn achterstallige betalingen gelijk is aan of groter is dan het bedrag van de bijdragen die het voor de voorgaande twee volledige jaar. De Algemene Vergadering kan niettemin een dergelijk lid toestaan ​​te stemmen indien zij ervan overtuigd is dat het niet betalen te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van het lid.

PROCEDURE

Artikel 20

De Algemene Vergadering komt bijeen in gewone jaarlijkse zittingen en in bijzondere zittingen als de gelegenheid dit vereist. Buitengewone zittingen worden door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen op verzoek van de Veiligheidsraad of van een meerderheid van de Leden van de Verenigde Naties.

Artikel 21

De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast. Het kiest voor elke zitting zijn voorzitter.

Artikel 22

De Algemene Vergadering kan de hulporganen instellen die zij voor de uitoefening van haar taken nodig acht.

Hoofdstuk V: De Veiligheidsraad

SAMENSTELLING

Artikel 23

  1. De Veiligheidsraad zal bestaan ​​uit vijftien leden van de Verenigde Naties. De Republiek China, Frankrijk, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika zullen permanente leden van de Veiligheidsraad zijn. De Algemene Vergadering kiest tien andere Leden van de Verenigde Naties als niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, waarbij in de eerste plaats bijzondere aandacht wordt besteed aan de bijdrage van Leden van de Verenigde Naties aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid en voor de andere doeleinden van de Organisatie, en ook voor een billijke geografische spreiding.
  2. De niet-permanente leden van de Veiligheidsraad worden gekozen voor een termijn van twee jaar. Bij de eerste verkiezing van de niet-permanente leden na de verhoging van het lidmaatschap van de Veiligheidsraad van elf naar vijftien, worden twee van de vier extra leden gekozen voor een termijn van één jaar. Een aftredend lid is niet onmiddellijk herkiesbaar.
  3. Elk lid van de Veiligheidsraad heeft één vertegenwoordiger.

FUNCTIES EN KRACHTEN

Artikel 24

  1. Teneinde een snel en doeltreffend optreden van de Verenigde Naties te verzekeren, dragen haar Leden de eerste verantwoordelijkheid voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid bij de Veiligheidsraad, en komen zij overeen dat de Veiligheidsraad bij de uitvoering van zijn taken onder deze verantwoordelijkheid namens hen optreedt.
  2. Bij het vervullen van deze taken handelt de Veiligheidsraad in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties. De specifieke bevoegdheden die aan de Veiligheidsraad worden toegekend voor de uitoefening van deze taken zijn vastgelegd in de hoofdstukken VI, VII, VIII en XII.
  3. De Veiligheidsraad legt jaarlijkse en, indien nodig, speciale rapporten ter bestudering voor aan de Algemene Vergadering.

Artikel 25

De Leden van de Verenigde Naties stemmen ermee in de besluiten van de Veiligheidsraad te aanvaarden en uit te voeren in overeenstemming met dit Handvest.

Artikel 26

Teneinde de vestiging en handhaving van internationale vrede en veiligheid te bevorderen met zo min mogelijk misbruik van de menselijke en economische middelen van de wereld, is de Veiligheidsraad verantwoordelijk voor het formuleren, met de hulp van het Comité van de Militaire Staf bedoeld in artikel 47, plannen voor te leggen aan de leden van de Verenigde Naties voor het opzetten van een systeem voor de regulering van bewapening.

STEMMEN

Artikel 27

  1. Elk lid van de Veiligheidsraad heeft één stem.
  2. Besluiten van de Veiligheidsraad over procedurele aangelegenheden worden genomen met een positieve stem van negen leden.
  3. Besluiten van de Veiligheidsraad over alle andere zaken worden genomen met een positieve stemming van negen leden, met inbegrip van de instemmende stemmen van de permanente leden; met dien verstande dat een partij bij een geschil zich bij beslissingen krachtens hoofdstuk VI en artikel 52, derde lid, van stemming onthoudt.

PROCEDURE

Artikel 28

  1. De Veiligheidsraad is zo georganiseerd dat hij ononderbroken kan functioneren. Elk lid van de Veiligheidsraad is hiertoe te allen tijde vertegenwoordigd op de zetel van de Organisatie.
  2. De Veiligheidsraad houdt periodieke vergaderingen waarop elk van zijn leden, indien hij dit wenst, kan worden vertegenwoordigd door een lid van de regering of door een andere speciaal aangewezen vertegenwoordiger.
  3. De Veiligheidsraad kan vergaderingen houden op andere plaatsen dan de zetel van de Organisatie, die naar zijn oordeel zijn werk het beste zullen vergemakkelijken.

Artikel 29

De Veiligheidsraad kan de hulporganen instellen die hij voor de uitoefening van zijn taken nodig acht.

Artikel 30

De Veiligheidsraad stelt zijn eigen reglement van orde vast, met inbegrip van de wijze van keuze van zijn voorzitter.

Artikel 31

Ieder lid van de Verenigde Naties dat geen lid is van de Veiligheidsraad kan zonder stemrecht deelnemen aan de bespreking van elke aan de Veiligheidsraad voorgelegde kwestie, wanneer deze meent dat de belangen van dat lid in het bijzonder worden geschaad.

Artikel 32

Elk lid van de Verenigde Naties dat geen lid is van de Veiligheidsraad of elke staat die geen lid is van de Verenigde Naties, indien het partij is bij een geschil dat in behandeling is bij de Veiligheidsraad, wordt uitgenodigd om deel te nemen, zonder stemmen, in de discussie over het geschil. De Veiligheidsraad stelt de voorwaarden vast die hij rechtvaardig acht voor de deelname van een staat die geen lid is van de Verenigde Naties.

Hoofdstuk VI: Beslechting van geschillen in de Stille Oceaan

Artikel 33

  1. De partijen bij elk geschil waarvan het voortduren de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kan brengen, zullen in de eerste plaats een oplossing zoeken door middel van onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage, gerechtelijke schikking, hun toevlucht nemen tot regionale instanties of regelingen of andere vreedzame middelen naar eigen keuze.
  2. De Veiligheidsraad zal, wanneer hij dit nodig acht, de partijen oproepen om hun geschil met dergelijke middelen te beslechten.

Artikel 34

De Veiligheidsraad kan elk geschil of elke situatie die tot internationale wrijving zou kunnen leiden of aanleiding kan geven tot een geschil onderzoeken om te bepalen of het voortduren van het geschil of de situatie de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kan brengen.

Artikel 35

  1. Elk lid van de Verenigde Naties kan elk geschil of elke situatie van de aard bedoeld in artikel 34 onder de aandacht brengen van de Veiligheidsraad of van de Algemene Vergadering.
  2. Een staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan elk geschil waarbij hij partij is, onder de aandacht van de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering brengen, indien hij vooraf, voor de doeleinden van het geschil, de verplichtingen van de Pacific regeling voorzien in dit Handvest.
  3. Op de werkzaamheden van de Algemene Vergadering met betrekking tot aangelegenheden die ingevolge dit artikel onder haar aandacht worden gebracht, zijn de bepalingen van de artikelen 11 en 12 van toepassing.

Artikel 36

  1. De Veiligheidsraad kan in elk stadium van een geschil van de aard bedoeld in artikel 33 of van een soortgelijke situatie passende procedures of aanpassingsmethoden aanbevelen.
  2. De Veiligheidsraad dient rekening te houden met alle procedures voor de beslechting van het geschil die al door de partijen zijn aangenomen.
  3. Bij het doen van aanbevelingen op grond van dit artikel dient de Veiligheidsraad er ook rekening mee te houden dat juridische geschillen in de regel door de partijen moeten worden voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof in overeenstemming met de bepalingen van het Statuut van het Hof.

Artikel 37

  1. Indien de partijen bij een geschil van de aard bedoeld in artikel 33 er niet in slagen het te regelen met de in dat artikel aangegeven middelen, leggen zij het voor aan de Veiligheidsraad.
  2. Indien de Veiligheidsraad van oordeel is dat de voortzetting van het geschil in feite de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kan brengen, besluit hij of hij maatregelen zal nemen krachtens artikel 36, dan wel de voorwaarden voor een regeling aanbeveelt die hij passend acht.

Artikel 38

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 33 tot 37 kan de Veiligheidsraad, indien alle partijen bij enig geschil daarom verzoeken, aan de partijen aanbevelingen doen met het oog op een vreedzame regeling van het geschil.

Hoofdstuk VII: Actie met betrekking tot bedreigingen van de vrede, inbreuken op de vrede en daden van agressie.

Artikel 39

De Veiligheidsraad stelt vast of er sprake is van een bedreiging van de vrede, schending van de vrede of daad van agressie en doet aanbevelingen, of besluit welke maatregelen zullen worden genomen in overeenstemming met de artikelen 41 en 42, om de internationale vrede te handhaven of te herstellen en beveiliging.

Artikel 40

Om te voorkomen dat de situatie verergert, kan de Veiligheidsraad, alvorens de aanbevelingen te doen of te beslissen over de maatregelen bedoeld in artikel 39, de betrokken partijen oproepen de voorlopige maatregelen na te leven die hij nodig of wenselijk acht. Dergelijke voorlopige maatregelen laten de rechten, vorderingen of positie van de betrokken partijen onverlet. De Veiligheidsraad houdt naar behoren rekening met de niet-naleving van dergelijke voorlopige maatregelen.

Artikel 41

De Veiligheidsraad kan besluiten welke maatregelen zonder het gebruik van gewapend geweld moeten worden genomen om uitvoering te geven aan zijn besluiten, en hij kan de Leden van de Verenigde Naties oproepen dergelijke maatregelen toe te passen. Deze kunnen de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de economische betrekkingen en van het spoor, de zee, de lucht, de post, de telegraaf, de radio en andere communicatiemiddelen omvatten, en het verbreken van de diplomatieke betrekkingen.

Artikel 42

Indien de Veiligheidsraad van oordeel is dat de in artikel 41 bedoelde maatregelen ontoereikend zouden zijn of ontoereikend zijn gebleken, kan hij door de lucht-, zee- of landstrijdkrachten de maatregelen nemen die nodig zijn om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen. Dergelijke acties kunnen demonstraties, blokkades en andere operaties door lucht-, zee- of landstrijdkrachten van leden van de Verenigde Naties omvatten.

Artikel 43

  1. Alle Leden van de Verenigde Naties verbinden zich ertoe, om bij te dragen tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de Veiligheidsraad, op diens verzoek en in overeenstemming met een speciale overeenkomst of overeenkomsten, strijdkrachten, bijstand en faciliteiten ter beschikking te stellen, met inbegrip van doorgangsrechten die nodig zijn voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
  2. Dergelijke overeenkomst of overeenkomsten zullen het aantal en de soorten strijdkrachten regelen, hun mate van paraatheid en algemene locatie, en de aard van de te verstrekken faciliteiten en hulp.
  3. Over de overeenkomst of overeenkomsten wordt zo spoedig mogelijk op initiatief van de Veiligheidsraad onderhandeld. Zij worden gesloten tussen de Veiligheidsraad en de Leden of tussen de Veiligheidsraad en groepen Leden en moeten worden bekrachtigd door de ondertekenende staten in overeenstemming met hun onderscheiden grondwettelijke procedures.

Artikel 44

Wanneer de Veiligheidsraad heeft besloten geweld te gebruiken, nodigt hij, alvorens een lid op te roepen dat niet in hem is vertegenwoordigd om strijdkrachten te leveren ter nakoming van de krachtens artikel 43 aangegane verplichtingen, dat lid uit, indien het dat wenst, deel te nemen aan de besluiten van de Veiligheidsraad betreffende de inzet van contingenten van de strijdkrachten van dat lid.

Artikel 45

Teneinde de Verenigde Naties in staat te stellen dringende militaire maatregelen te nemen, dienen de Leden te zorgen voor onmiddellijk beschikbare nationale luchtmachtcontingenten voor gecombineerde internationale handhavingsacties. De sterkte en de mate van paraatheid van deze contingenten en plannen voor hun gezamenlijke actie worden bepaald binnen de grenzen bepaald in de bijzondere overeenkomst of overeenkomsten bedoeld in artikel 43, door de Veiligheidsraad met de hulp van het Comité van de Militaire Staf.

Artikel 46

Plannen voor het inzetten van gewapend geweld worden opgesteld door de Veiligheidsraad, bijgestaan ​​door het Comité van de Militaire Staf.

Artikel 47

  1. Er zal een Comité van de Militaire Staf worden opgericht om de Veiligheidsraad te adviseren en bij te staan ​​in alle aangelegenheden met betrekking tot de militaire behoeften van de Veiligheidsraad voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de inzet en het bevel over de ter beschikking gestelde strijdkrachten, de regulering van bewapening, en mogelijke ontwapening.
  2. Het Comité van de Militaire Staf bestaat uit de Stafchefs van de permanente leden van de Veiligheidsraad of hun vertegenwoordigers. Elk lid van de Verenigde Naties dat niet permanent in het comité is vertegenwoordigd, wordt door het comité uitgenodigd om zich bij het comité te voegen wanneer de efficiënte uitvoering van de verantwoordelijkheden van het comité de deelname van dat lid aan zijn werkzaamheden vereist.
  3. Het Comité van de Militaire Staf is in het kader van de Veiligheidsraad verantwoordelijk voor de strategische leiding van alle strijdkrachten die aan de Veiligheidsraad ter beschikking worden gesteld. Vragen met betrekking tot het bevel over dergelijke strijdkrachten zullen later worden uitgewerkt.
  4. Het Comité van de Militaire Staf kan, met toestemming van de Veiligheidsraad en na overleg met de bevoegde regionale agentschappen, regionale subcomités oprichten.

Artikel 48

  1. De maatregelen die nodig zijn om de besluiten van de Veiligheidsraad uit te voeren voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid worden genomen door alle Leden van de Verenigde Naties of door sommigen van hen, al naar gelang de Veiligheidsraad kan bepalen.
  2. Dergelijke besluiten worden door de Leden van de Verenigde Naties rechtstreeks en door hun optreden in de bevoegde internationale organisaties waarvan zij lid zijn, uitgevoerd.

Artikel 49

De Leden van de Verenigde Naties verlenen elkaar wederzijdse bijstand bij de uitvoering van de door de Veiligheidsraad besloten maatregelen.

Artikel 50

Indien door de Veiligheidsraad preventieve of handhavende maatregelen worden genomen tegen een staat, heeft iedere andere staat, ongeacht of deze lid is van de Verenigde Naties of niet, die zich geconfronteerd ziet met bijzondere economische problemen die voortvloeien uit de uitvoering van die maatregelen, het recht de Veiligheidsraad raadplegen over een oplossing van die problemen.

Artikel 51

Niets in dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval op een lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de nodige maatregelen heeft genomen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven. Maatregelen die door Leden worden genomen bij de uitoefening van dit recht op zelfverdediging worden onmiddellijk gemeld aan de Veiligheidsraad en doen op geen enkele wijze afbreuk aan het gezag en de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad krachtens dit Handvest om op enig moment de maatregelen te nemen die het nodig heeft. nodig acht om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen.

Hoofdstuk VIII: Regionale regelingen

Artikel 52

  1. Niets in dit Handvest sluit het bestaan ​​uit van regionale regelingen of instanties voor het behandelen van aangelegenheden die verband houden met de handhaving van internationale vrede en veiligheid die passend zijn voor regionaal optreden, op voorwaarde dat dergelijke regelingen of instanties en hun activiteiten in overeenstemming zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.
  2. De Leden van de Verenigde Naties die dergelijke regelingen aangaan of dergelijke organisaties vormen, stellen alles in het werk om plaatselijke geschillen op vreedzame wijze op te lossen door middel van dergelijke regionale regelingen of door dergelijke regionale agentschappen, alvorens ze aan de Veiligheidsraad voor te leggen.
  3. De Veiligheidsraad stimuleert de ontwikkeling van een vreedzame regeling van plaatselijke geschillen door middel van dergelijke regionale regelingen of door dergelijke regionale instanties, hetzij op initiatief van de betrokken staten, hetzij op verwijzing van de Veiligheidsraad.
  4. Dit artikel doet geenszins afbreuk aan de toepassing van de artikelen 34 en 35.

Artikel 53

  1. De Veiligheidsraad maakt, waar passend, gebruik van dergelijke regionale regelingen of instanties voor handhavingsacties onder zijn gezag. Maar zonder toestemming van de Veiligheidsraad zullen geen handhavingsmaatregelen worden genomen krachtens regionale regelingen of door regionale instanties, met uitzondering van maatregelen tegen vijandige staten, zoals gedefinieerd in het tweede lid van dit artikel, voorzien ingevolge artikel 107 of in regionale regelingen gericht tegen vernieuwing van agressief beleid van de zijde van een dergelijke staat, totdat de Organisatie op verzoek van de betrokken regeringen kan worden belast met de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van verdere agressie door een dergelijke staat.
  2. De term vijandige staat zoals gebruikt in het eerste lid van dit artikel is van toepassing op elke staat die tijdens de Tweede Wereldoorlog een vijand is geweest van enige ondertekenaar van dit Handvest.

Artikel 54

De Veiligheidsraad wordt te allen tijde volledig op de hoogte gehouden van activiteiten die worden ondernomen of overwogen in het kader van regionale regelingen of door regionale instanties voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Hoofdstuk IX: Internationale economische en sociale samenwerking

Artikel 55

Met het oog op het scheppen van voorwaarden van stabiliteit en welzijn die nodig zijn voor vreedzame en vriendschappelijke betrekkingen tussen naties, gebaseerd op eerbiediging van het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, zullen de Verenigde Naties bevorderen:

  1. hogere levensstandaard, volledige werkgelegenheid en voorwaarden voor economische en sociale vooruitgang en ontwikkeling;
  2. oplossingen van internationale economische, sociale, gezondheids- en aanverwante problemen; en internationale culturele en educatieve samenwerking; en
  3. universeel respect voor en naleving van mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie.

Artikel 56

Alle Leden verbinden zich ertoe gezamenlijk en afzonderlijk actie te ondernemen in samenwerking met de Organisatie voor het bereiken van de in artikel 55 uiteengezette doeleinden.

Artikel 57

  1. De verschillende gespecialiseerde organisaties, opgericht bij intergouvernementele overeenkomst en met brede internationale verantwoordelijkheden, zoals omschreven in hun basisinstrumenten, op economisch, sociaal, cultureel, onderwijs-, gezondheids- en aanverwante gebieden, zullen in verband worden gebracht met de Verenigde Naties in overeenstemming met de bepalingen van artikel 63.
  2. Dergelijke instanties die aldus met de Verenigde Naties in verband worden gebracht, worden hierna gespecialiseerde instanties genoemd.

Artikel 58

De Organisatie doet aanbevelingen voor de coördinatie van het beleid en de activiteiten van de gespecialiseerde organisaties.

Artikel 59

De Organisatie zal, in voorkomend geval, onderhandelingen aanknopen tussen de betrokken staten voor de oprichting van nieuwe gespecialiseerde organisaties die nodig zijn voor de verwezenlijking van de in artikel 55 uiteengezette doeleinden.

Artikel 60

De verantwoordelijkheid voor de vervulling van de in dit hoofdstuk uiteengezette functies van de Organisatie berust bij de Algemene Vergadering en, onder het gezag van de Algemene Vergadering, bij de Economische en Sociale Raad, die daartoe de bevoegdheden heeft die zijn vermeld in Hoofdstuk X.

Hoofdstuk X: De Economische en Sociale Raad

SAMENSTELLING

Artikel 61

  1. De Economische en Sociale Raad bestaat uit vierenvijftig Leden van de Verenigde Naties, gekozen door de Algemene Vergadering.
  2. Behoudens het bepaalde in lid 3 worden jaarlijks achttien leden van de Economische en Sociale Raad gekozen voor een periode van drie jaar. Een aftredend lid is terstond herkiesbaar.
  3. Bij de eerste verkiezing na de verhoging van het ledental van de Economische en Sociale Raad van zevenentwintig tot vierenvijftig leden, naast de leden die zijn gekozen in de plaats van de negen leden wier ambtstermijn aan het einde van dat jaar afloopt, zevenentwintig extra leden worden gekozen. Van deze zevenentwintig extra leden verstrijkt de ambtstermijn van negen aldus gekozen leden aan het einde van een jaar, en van negen andere leden aan het einde van twee jaar, in overeenstemming met de regelingen die zijn getroffen door de Algemene Vergadering.
  4. Elk lid van de Economische en Sociale Raad heeft één vertegenwoordiger.

FUNCTIES EN KRACHTEN

Artikel 62

  1. De Economische en Sociale Raad kan studies en rapporten maken of initiëren met betrekking tot internationale economische, sociale, culturele, educatieve, gezondheids- en aanverwante zaken en kan aanbevelingen doen met betrekking tot dergelijke zaken aan de Algemene Vergadering aan de Leden van de Verenigde Naties , en aan de betrokken gespecialiseerde instanties.
  2. Het kan aanbevelingen doen ter bevordering van de eerbiediging en naleving van de mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen.
  3. Het kan ontwerp-verdragen opstellen die aan de Algemene Vergadering moeten worden voorgelegd met betrekking tot aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen.
  4. Het kan, in overeenstemming met de door de Verenigde Naties voorgeschreven regels, internationale conferenties bijeenroepen over aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen.

Artikel 63

  1. De Economische en Sociale Raad kan met elk van de in artikel 57 bedoelde instanties overeenkomsten sluiten, waarin de voorwaarden worden bepaald waaronder de betrokken instantie met de Verenigde Naties in verband wordt gebracht. Dergelijke overeenkomsten moeten worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering.
  2. Het kan de activiteiten van de gespecialiseerde organisaties coördineren door middel van overleg met en aanbevelingen aan dergelijke organisaties en door middel van aanbevelingen aan de Algemene Vergadering en aan de Leden van de Verenigde Naties.

Artikel 64

  1. De Economische en Sociale Raad kan passende maatregelen nemen om regelmatige verslagen van de gespecialiseerde instanties te verkrijgen. Het kan regelingen treffen met de Leden van de Verenigde Naties en met de gespecialiseerde organisaties om rapporten te verkrijgen over de stappen die zijn genomen om uitvoering te geven aan zijn eigen aanbevelingen en aan aanbevelingen over aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen, gedaan door de Algemene Vergadering.
  2. Zij kan haar opmerkingen over deze verslagen aan de Algemene Vergadering meedelen.

Artikel 65

De Economische en Sociale Raad kan informatie verstrekken aan de Veiligheidsraad en staat de Veiligheidsraad desgevraagd bij.

Artikel 66

  1. De Economische en Sociale Raad oefent de taken uit die binnen zijn bevoegdheid vallen in verband met de uitvoering van de aanbevelingen van de Algemene Vergadering.
  2. Het kan, met goedkeuring van de Algemene Vergadering, diensten verlenen op verzoek van Leden van de Verenigde Naties en op verzoek van gespecialiseerde organisaties.
  3. Het oefent alle andere functies uit die elders in dit Handvest zijn gespecificeerd of die het door de Algemene Vergadering kunnen worden toegewezen.

STEMMEN

Artikel 67

  1. Elk lid van de Economische en Sociale Raad heeft één stem.
  2. De besluiten van de Economische en Sociale Raad worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

PROCEDURE

Artikel 68

De Economische en Sociale Raad stelt commissies in op economisch en sociaal gebied en ter bevordering van de mensenrechten, en andere commissies die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken.

Artikel 69

De Economische en Sociale Raad nodigt elk lid van de Verenigde Naties uit om zonder stemrecht deel te nemen aan zijn beraadslagingen over een aangelegenheid die dat lid bijzonder aangaat.

Artikel 70

De Economische en Sociale Raad kan regelingen treffen voor de deelname van vertegenwoordigers van de gespecialiseerde agentschappen, zonder stemrecht, aan zijn beraadslagingen en aan die van de door hem ingestelde commissies, en voor de deelname van zijn vertegenwoordigers aan de beraadslagingen van de gespecialiseerde bureaus.

Artikel 71

De Economische en Sociale Raad kan passende regelingen treffen voor overleg met niet-gouvernementele organisaties die zich bezighouden met aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen. Dergelijke regelingen kunnen worden getroffen met internationale organisaties en, in voorkomend geval, met nationale organisaties na overleg met het betrokken lid van de Verenigde Naties.

Artikel 72

  1. De Economische en Sociale Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast, met inbegrip van de wijze van keuze van zijn voorzitter.
  2. De Economische en Sociale Raad komt naar behoefte bijeen in overeenstemming met zijn reglement, dat de mogelijkheid omvat om vergaderingen bijeen te roepen op verzoek van een meerderheid van zijn leden.

Hoofdstuk XI: Verklaring betreffende niet-zelfbesturende gebieden

Artikel 73

Leden van de Verenigde Naties die verantwoordelijkheid hebben of nemen voor het bestuur van gebieden waarvan de volkeren nog geen volledige mate van zelfbestuur hebben bereikt, erkennen het principe dat de belangen van de inwoners van deze gebieden voorop staan, en aanvaarden als een heilige opdracht de verplichting om, binnen het systeem van internationale vrede en veiligheid zoals ingesteld door dit Handvest, het welzijn van de inwoners van deze gebieden tot het uiterste te bevorderen, en daartoe:

  1. om, met het nodige respect voor de cultuur van de betrokken volkeren, hun politieke, economische, sociale en educatieve vooruitgang, hun rechtvaardige behandeling en hun bescherming tegen misbruik te verzekeren;
  2. zelfbestuur te ontwikkelen, terdege rekening te houden met de politieke aspiraties van de volkeren, en hen te helpen bij de geleidelijke ontwikkeling van hun vrije politieke instellingen, in overeenstemming met de specifieke omstandigheden van elk gebied en zijn volkeren en hun verschillende stadia van vooruitgang;
  3. om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen;
  4. constructieve maatregelen voor ontwikkeling te bevorderen, onderzoek aan te moedigen en samen te werken met elkaar en, wanneer en waar nodig, met gespecialiseerde internationale organisaties met het oog op de praktische verwezenlijking van de sociale, economische en wetenschappelijke doeleinden die in deze Artikel; en
  5. regelmatig ter informatie aan de secretaris-generaal te zenden, behoudens de beperkingen die veiligheids- en grondwettelijke overwegingen vereisen, statistische en andere informatie van technische aard met betrekking tot economische, sociale en educatieve omstandigheden in de gebieden waarvoor zij respectievelijk verantwoordelijk zijn andere dan die gebieden waarop de hoofdstukken XII en XIII van toepassing zijn.

Artikel 74

Leden van de Verenigde Naties zijn het er ook over eens dat hun beleid ten aanzien van de gebieden waarop dit hoofdstuk van toepassing is, niet minder dan ten aanzien van hun grootstedelijke gebieden, gebaseerd moet zijn op het algemene beginsel van goed nabuurschap, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de belangen en het welzijn van de rest van de wereld, in sociale, economische en commerciële aangelegenheden.

Hoofdstuk XII: Internationaal trustschapssysteem

Artikel 75

De Verenigde Naties zullen onder hun gezag een internationaal trustschapsstelsel opzetten voor het bestuur van en het toezicht op de gebieden die daaronder kunnen worden geplaatst door latere individuele overeenkomsten. Deze gebieden worden hierna trustgebieden genoemd.

Artikel 76

De fundamentele doelstellingen van het trustschapssysteem zijn, in overeenstemming met de doelstellingen van de Verenigde Naties zoals vastgelegd in artikel 1 van dit Handvest, de volgende:

  1. om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen;
  2. ter bevordering van de politieke, economische, sociale en educatieve vooruitgang van de inwoners van de trustgebieden, en hun geleidelijke ontwikkeling naar zelfbestuur of onafhankelijkheid, al naar gelang de specifieke omstandigheden van elk gebied en zijn volkeren en de vrijelijk geuite wensen van de betrokken volkeren, en zoals kan worden bepaald door de voorwaarden van elke trustschapsovereenkomst;
  3. respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor iedereen aan te moedigen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie, en de erkenning van de onderlinge afhankelijkheid van de volkeren van de wereld aan te moedigen; en
  4. gelijke behandeling in sociale, economische en commerciële aangelegenheden voor alle leden van de Verenigde Naties en hun onderdanen, en ook voor de gelijke behandeling van laatstgenoemden in de rechtsbedeling, onverminderd de verwezenlijking van de voorgaande doelstellingen en behoudens de bepalingen van artikel 80.

Artikel 77

  1. Het trustschapssysteem is van toepassing op gebieden in de volgende categorieën die daaronder kunnen worden geplaatst door middel van trustschapsovereenkomsten:
    1. gebieden die nu onder mandaat staan;
    2. gebieden die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kunnen worden losgemaakt van vijandige staten; en
    3. gebieden die vrijwillig onder het systeem zijn geplaatst door staten die verantwoordelijk zijn voor hun bestuur.
  2. Het zal een kwestie zijn voor latere overeenstemming over welke gebieden in de voorgaande categorieën onder het trustschapssysteem zullen worden gebracht en onder welke voorwaarden.

Artikel 78

Het trustschapssysteem is niet van toepassing op gebieden die lid zijn geworden van de Verenigde Naties, waarvan de onderlinge betrekkingen gebaseerd moeten zijn op eerbiediging van het beginsel van soevereine gelijkheid.

Artikel 79

De voorwaarden van het trustschap voor elk gebied dat onder het trustschapssysteem moet worden geplaatst, met inbegrip van elke wijziging of wijziging, worden overeengekomen door de rechtstreeks betrokken staten, met inbegrip van de dwingende bevoegdheid in het geval van gebieden die onder mandaat staan ​​van een lid van de Verenigde Naties , en worden goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 83 en 85.

Artikel 80

  1. Behalve zoals kan worden overeengekomen in individuele trustschapsovereenkomsten, gemaakt krachtens de artikelen 77, 79 en 81, waarbij elk gebied onder het trustschapssysteem wordt geplaatst, en totdat dergelijke overeenkomsten zijn gesloten, mag niets in dit hoofdstuk op zichzelf worden uitgelegd als een wijziging op enigerlei wijze de rechten van welke staten of volkeren dan ook of de voorwaarden van bestaande internationale instrumenten waarbij respectievelijk leden van de Verenigde Naties partij kunnen zijn.
  2. Lid 1 van dit artikel mag niet worden geïnterpreteerd als een grond voor vertraging of uitstel van de onderhandelingen over en het sluiten van overeenkomsten voor het plaatsen van mandaatgebieden en andere gebieden onder het trustschapssysteem als bedoeld in artikel 77.

Artikel 81

De trustschapsovereenkomst omvat in elk geval de voorwaarden waaronder het trustgebied zal worden beheerd en wijst de autoriteit aan die het beheer van het trustgebied zal uitoefenen. Een dergelijke autoriteit, hierna de uitvoerende autoriteit genoemd, kan een of meer staten zijn of de Organisatie zelf.

Artikel 82

In elke trustschapsovereenkomst kunnen een of meer strategische gebieden worden aangewezen die een deel of het gehele trustgebied kunnen omvatten waarop de overeenkomst van toepassing is, onverminderd enige bijzondere overeenkomst of overeenkomsten die krachtens artikel 43 zijn gemaakt.

Artikel 83

  1. Alle functies van de Verenigde Naties met betrekking tot strategische gebieden, met inbegrip van de goedkeuring van de voorwaarden van de trustschapsovereenkomsten en van de wijziging of wijziging daarvan, worden uitgeoefend door de Veiligheidsraad.
  2. De basisdoelstellingen van artikel 76 zijn van toepassing op de mensen van elk strategisch gebied.
  3. De Veiligheidsraad zal, met inachtneming van de bepalingen van de trustschapsovereenkomsten en onverminderd veiligheidsoverwegingen, de hulp inroepen van de Trustschapsraad om de functies van de Verenigde Naties in het kader van het trustschapssysteem te vervullen met betrekking tot politieke, economische, sociale en onderwijszaken op de strategische gebieden.

Artikel 84

Het is de taak van de uitvoerende autoriteit ervoor te zorgen dat het trustgebied zijn rol speelt bij de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Hiertoe kan het bestuursorgaan gebruik maken van vrijwillige strijdkrachten, faciliteiten en assistentie uit het trustgebied bij het uitvoeren van de verplichtingen jegens de Veiligheidsraad die in dit verband zijn aangegaan door het bestuursorgaan, alsmede voor de plaatselijke verdediging en rechtshandhaving en orde binnen het trustgebied.

Artikel 85

  1. De functies van de Verenigde Naties met betrekking tot trustschapsovereenkomsten voor alle gebieden die niet als strategisch zijn aangemerkt, met inbegrip van de goedkeuring van de voorwaarden van de trustschapsovereenkomsten en hun wijziging of wijziging, worden uitgeoefend door de Algemene Vergadering.
  2. De Trustschapsraad, opererend onder het gezag van de Algemene Vergadering, zal de Algemene Vergadering bijstaan ​​bij het uitvoeren van deze functies.

Hoofdstuk XIII: De Trustschapsraad

SAMENSTELLING

Artikel 86

  1. De Trustschapsraad bestaat uit de volgende leden van de Verenigde Naties:
    1. die leden die trustgebieden beheren;
    2. die van de in artikel 23 met naam genoemde Leden die geen trustgebieden beheren; en
    3. zoveel andere Leden die door de Algemene Vergadering zijn gekozen voor een termijn van drie jaar als nodig is om ervoor te zorgen dat het totale aantal leden van de Trustschapsraad gelijkelijk wordt verdeeld tussen de Leden van de Verenigde Naties die trustgebieden beheren en degenen die dat niet doen.
  2. Elk lid van de Trustschapsraad wijst één speciaal gekwalificeerde persoon aan om hem daarin te vertegenwoordigen.

FUNCTIES EN KRACHTEN

Artikel 87

De Algemene Vergadering en, onder haar gezag, de Trustschapsraad, kunnen bij de uitoefening van hun functies:

  1. rapporten van de uitvoerende autoriteit in overweging nemen;
  2. verzoekschriften in ontvangst nemen en in overleg met de bestuursautoriteit onderzoeken;
  3. te voorzien in periodieke bezoeken aan de respectieve trustgebieden op met de bestuursautoriteit overeengekomen tijden; en
  4. deze en andere acties te ondernemen in overeenstemming met de voorwaarden van de trustschapsovereenkomsten.

Artikel 88

De Trustschapsraad stelt een vragenlijst op over de politieke, economische, sociale en educatieve vooruitgang van de inwoners van elk trustgebied, en de bestuursautoriteit voor elk trustgebied dat onder de bevoegdheid van de Algemene Vergadering valt, brengt jaarlijks verslag uit aan de Algemene Vergadering op basis van een dergelijke vragenlijst.

STEMMEN

Artikel 89

  1. Elk lid van de Trustschapsraad heeft één stem.
  2. Besluiten van de Trustschapsraad worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

PROCEDURE

Artikel 90

  1. De Trustschapsraad stelt zijn eigen reglement van orde vast, met inbegrip van de wijze waarop zijn voorzitter wordt gekozen.
  2. De Trustschapsraad komt bijeen zoals vereist in overeenstemming met zijn reglement, dat de mogelijkheid omvat om vergaderingen bijeen te roepen op verzoek van een meerderheid van zijn leden.

Artikel 91

De Trustschapsraad zal, in voorkomend geval, de hulp inroepen van de Economische en Sociale Raad en van de gespecialiseerde organisaties met betrekking tot aangelegenheden waarmee zij zich onderscheiden.

Hoofdstuk XIV: Het Internationaal Gerechtshof

Artikel 92

Het Internationaal Gerechtshof is het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties. Het functioneert in overeenstemming met het bijgevoegde Statuut, dat gebaseerd is op het Statuut van het Permanente Hof van Internationale Justitie en een integrerend onderdeel vormt van dit Handvest.

Artikel 93

  1. Alle leden van de Verenigde Naties zijn ipso facto partij bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof.
  2. Een staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan partij worden bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof onder voorwaarden die per geval door de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad worden vastgesteld.

Artikel 94

  1. Elk Lid van de Verenigde Naties verbindt zich ertoe zich te houden aan de beslissing van het Internationaal Gerechtshof in elk geval waarbij het partij is.
  2. Indien een partij bij een zaak de verplichtingen niet nakomt die op haar rusten krachtens een uitspraak van het Hof, kan de andere partij een beroep doen op de Veiligheidsraad, die, indien hij dit nodig acht, aanbevelingen kan doen of besluiten kan nemen over te nemen maatregelen om uitvoering te geven aan het vonnis.

Artikel 95

Niets in dit Handvest belet de Leden van de Verenigde Naties om de oplossing van hun geschillen aan andere tribunalen toe te vertrouwen op grond van reeds bestaande of in de toekomst gesloten overeenkomsten.

Artikel 96

  1. De Algemene Vergadering of de Veiligheidsraad kan het Internationaal Gerechtshof verzoeken om een ​​advies over elke juridische kwestie.
  2. Andere organen van de Verenigde Naties en gespecialiseerde organisaties, die te allen tijde daartoe door de Algemene Vergadering kunnen worden gemachtigd, kunnen ook advies van het Hof vragen over juridische vraagstukken die zich in het kader van hun activiteiten voordoen.

Hoofdstuk XV: Het secretariaat

Artikel 97

Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal en het personeel dat de Organisatie nodig heeft. De Secretaris-Generaal wordt benoemd door de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad. Hij zal de hoogste administratieve functionaris van de Organisatie zijn.

Artikel 98

De Secretaris-Generaal treedt in die hoedanigheid op in alle vergaderingen van de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad en de Trustschapsraad, en oefent alle andere functies uit die hem door deze organen worden toevertrouwd. De Secretaris-Generaal brengt jaarlijks verslag uit aan de Algemene Vergadering over de werkzaamheden van de Organisatie.

Artikel 99

De Secretaris-Generaal kan elke aangelegenheid die naar zijn mening de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kan brengen, onder de aandacht van de Veiligheidsraad brengen.

Artikel 100

  1. Bij de uitvoering van hun taken vragen of ontvangen de Secretaris-Generaal en het personeel geen instructies van enige regering of van enige andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij onthouden zich van elke handeling die afbreuk zou kunnen doen aan hun positie als internationale functionarissen die uitsluitend aan de Organisatie verantwoordelijk zijn.
  2. Elk Lid van de Verenigde Naties verbindt zich ertoe het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Secretaris-Generaal en het personeel te respecteren en niet te trachten hen te beïnvloeden bij de uitvoering van hun verantwoordelijkheden.

Artikel 101

  1. Het personeel wordt benoemd door de Secretaris-Generaal volgens reglementen vastgesteld door de Algemene Vergadering.
  2. Geschikt personeel wordt permanent toegewezen aan de Economische en Sociale Raad, de Trustschapsraad en, indien vereist, aan andere organen van de Verenigde Naties. Deze staf maakt deel uit van het secretariaat.
  3. De belangrijkste overweging bij de tewerkstelling van het personeel en bij het bepalen van de arbeidsvoorwaarden is de noodzaak om de hoogste normen van efficiëntie, bekwaamheid en integriteit te waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met het belang van de aanwerving van het personeel op een zo breed mogelijke geografische basis.

Hoofdstuk XVI: Diverse bepalingen

Artikel 102

  1. Elk verdrag en elke internationale overeenkomst die door een Lid van de Verenigde Naties is aangegaan nadat dit Handvest in werking is getreden, wordt zo spoedig mogelijk bij het Secretariaat geregistreerd en door het Secretariaat gepubliceerd.
  2. Geen enkele partij bij een dergelijk verdrag of internationale overeenkomst die niet is geregistreerd in overeenstemming met de bepalingen van het eerste lid van dit artikel mag zich voor enig orgaan van de Verenigde Naties op dat verdrag of die overeenkomst beroepen.

Artikel 103

In het geval van een conflict tussen de verplichtingen van de Leden van de Verenigde Naties krachtens dit Handvest en hun verplichtingen krachtens enige andere internationale overeenkomst, prevaleren hun verplichtingen krachtens dit Handvest.

Artikel 104

De Organisatie geniet op het grondgebied van elk van haar Leden de rechtsbevoegdheid die nodig is voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doelstellingen.

Artikel 105

  1. De Organisatie geniet op het grondgebied van elk van haar Leden de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de verwezenlijking van haar doelstellingen.
  2. Vertegenwoordigers van de Leden van de Verenigde Naties en functionarissen van de Organisatie genieten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.
  3. De Algemene Vergadering kan aanbevelingen doen met het oog op het bepalen van de details van de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel, of kan daartoe verdragen voorstellen aan de Leden van de Verenigde Naties.

Hoofdstuk XVII: Overgangsbeveiligingsregelingen

Artikel 106

In afwachting van de inwerkingtreding van de in artikel 43 bedoelde speciale overeenkomsten die naar het oordeel van de Veiligheidsraad hem in staat stellen zijn verantwoordelijkheden krachtens artikel 42 uit te oefenen, hebben de partijen bij de Vierlandenverklaring, ondertekend te Moskou op 30 oktober 1943 en Frankrijk zullen, in overeenstemming met de bepalingen van paragraaf 5 van die Verklaring, met elkaar en zo nodig met andere Leden van de Verenigde Naties overleg plegen met het oog op een gezamenlijk optreden namens de Organisatie als nodig mocht zijn. met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel 107

Niets in dit Handvest zal het optreden ongeldig maken of uitsluiten, met betrekking tot een staat die tijdens de Tweede Wereldoorlog een vijand is geweest van een ondertekenaar van dit Handvest, genomen of toegestaan ​​als gevolg van die oorlog door de regeringen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke actie.

Hoofdstuk XVIII: Wijzigingen

Artikel 108

Wijzigingen van dit Handvest worden van kracht voor alle Leden van de Verenigde Naties wanneer ze zijn aangenomen met een meerderheid van twee derde van de leden van de Algemene Vergadering en zijn bekrachtigd in overeenstemming met hun respectieve grondwettelijke procedures door twee derde van de Leden van de Verenigde Naties, met inbegrip van alle permanente leden van de Veiligheidsraad.

Artikel 109

  1. Een Algemene Conferentie van de Leden van de Verenigde Naties met het oog op de herziening van dit Handvest kan worden gehouden op een datum en plaats die worden vastgesteld met een tweederde meerderheid van de leden van de Algemene Vergadering en met een stemming van negen leden. van de Veiligheidsraad. Elk lid van de Verenigde Naties heeft één stem in de conferentie.
  2. Elke wijziging van dit Handvest die wordt aanbevolen door een tweederde meerderheid van de conferentie, wordt van kracht wanneer ze in overeenstemming met hun respectieve grondwettelijke procedures is bekrachtigd door twee derde van de Leden van de Verenigde Naties, met inbegrip van alle permanente leden van de Veiligheidsraad.
  3. Indien een dergelijke conferentie niet is gehouden vóór de tiende jaarlijkse zitting van de Algemene Vergadering na de inwerkingtreding van dit Handvest, zal het voorstel om een ​​dergelijke conferentie bijeen te roepen op de agenda van die zitting van de Algemene Vergadering worden geplaatst, en de conferentie wordt gehouden indien daartoe wordt besloten met een meerderheid van stemmen van de leden van de Algemene Vergadering en met een stemming van zeven leden van de Veiligheidsraad.

Hoofdstuk XIX: Bekrachtiging en handtekening

Artikel 110

  1. Dit Handvest zal door de ondertekenende staten worden bekrachtigd in overeenstemming met hun respectieve constitutionele procedures.
  2. De bekrachtigingen zullen worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die alle ondertekenende staten van elke nederlegging in kennis stelt, evenals de Secretaris-Generaal van de Organisatie wanneer hij is benoemd.
  3. Dit Handvest treedt in werking na nederlegging van de bekrachtigingen door de Republiek China, Frankrijk, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en de Verenigde Staten van Amerika, en door een meerderheid van de andere ondertekenende staten. Vervolgens wordt een protocol van de nedergelegde bekrachtigingen opgesteld door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die daarvan afschriften zal doen toekomen aan alle ondertekenende staten.
  4. De staten die dit Handvest hebben ondertekend en het bekrachtigen nadat het in werking is getreden, zullen de oorspronkelijke Leden van de Verenigde Naties worden op de datum van nederlegging van hun respectieve bekrachtigingen.

Artikel 111

Dit Handvest, waarvan de Chinese, Franse, Russische, Engelse en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, blijft nedergelegd in de archieven van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. Naar behoren voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan worden door die Regering toegezonden aan de Regeringen van de andere ondertekenende Staten.

In geloof waarvan de vertegenwoordigers van de regeringen van de Verenigde Naties dit Handvest hebben ondertekend. GEDAAN te San Francisco, zesentwintig juni negentienhonderd vijfenveertig.

Wijziging van de artikelen 23, 27, 61, 109

Wijzigingen van de artikelen 23, 27 en 61 van het Handvest werden op 17 december 1963 door de Algemene Vergadering aangenomen en traden in werking op 31 augustus 1965. Een verdere wijziging van artikel 61 werd op 20 december 1971 door de Algemene Vergadering aangenomen en trad in werking. op 24 september 1973 in werking getreden. Een wijziging van artikel 109, aangenomen door de Algemene Vergadering op 20 december 1965, trad in werking op 12 juni 1968.

Door de wijziging van artikel 23 wordt het aantal leden van de Veiligheidsraad uitgebreid van elf naar vijftien. Het gewijzigde artikel 27 bepaalt dat besluiten van de Veiligheidsraad over procedurele aangelegenheden worden genomen met een positieve stem van negen leden (voorheen zeven) en over alle andere aangelegenheden met een positieve stem van negen leden (voorheen zeven), met inbegrip van de instemmende stemmen van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad.

Door de wijziging van artikel 61, die op 31 augustus 1965 in werking trad, werd het aantal leden van de Economische en Sociale Raad uitgebreid van achttien naar zevenentwintig. De daaropvolgende wijziging van dat artikel, die op 24 september 1973 in werking trad, breidde het ledental van de Raad verder uit van zevenentwintig naar vierenvijftig.

De wijziging van artikel 109, die betrekking heeft op de eerste alinea van dat artikel, bepaalt dat een Algemene Conferentie van lidstaten voor de herziening van het Handvest kan worden gehouden op een door een tweederde meerderheid van de stemmen vast te stellen datum en plaats. leden van de Algemene Vergadering en door een stemming van negen leden (voorheen zeven) van de Veiligheidsraad. Paragraaf 3 van artikel 109, dat handelt over de overweging van een mogelijke herzieningsconferentie tijdens de tiende gewone zitting van de Algemene Vergadering, is in zijn oorspronkelijke vorm behouden in zijn verwijzing naar een “stemming van zeven leden van de Veiligheidsraad” , nadat in 1955 door de Algemene Vergadering, tijdens haar tiende gewone zitting, en door de Veiligheidsraad gevolg is gegeven aan de paragraaf.

Les 3 in recht

EXAMEN VRAGEN Verzorgt door Regillio Vriesde

Bij deze video’s is het nu mogelijk uw kennis opgedaan via video’s te toetsen via een Multiple choice-tentamen vragen.

Gebruik voor je zelf toets examen vragen de link onder de video!

Klik hier om je kennis geleerd in deze video te testen: TEST JE KENNIS

Les 2 in recht

EXAMEN VRAGEN Verzorgt door Regillio Vriesde

Bij deze video’s is het nu mogelijk uw kennis opgedaan via video’s te toetsen via een Multiple choice-tentamen vragen.

Gebruik voor je zelf toets examen vragen de link onder de video!

Klik hier om je kennis geleerd in deze video te testen: TEST JE KENNIS

Publiek vs Privaat recht! Doorkruising en Rechtshandelingen.

In een notendop een uitleg zo de wet dit in recht laat zien.

Het publiek zijn wij allen in onze publiekrechtelijk mensenrecht. Mensen zijn vrij onder de wet en mogen zich ook verenigingen verenigingen oprichten en machtigingen aan hun lede vragen als wel verenigingsregels maken.

1 UVRM alle zijn gelijk in rechten geboren.

1 Grondwet, het gelijkheidsbeginsel en de mens is vrij ook gebruik te maken van het privaatrecht in de hoedanigheid van zijn rechtssubject persoon art 1:1 BW dat is dan ook privé in de vrijheid van keus.

De wet garandeert de vrijheid van de mens in zijn publiek en privaatrecht. Vooral met dat privaatrechtelijk handelen van die verenigingen gaat het op zeker mis. Een mens kan in zijn privaatrecht als persoon afwijken van zijn publiekrecht bij voorbeeld een arbeidscontract er is geen spraken van dwang de vrijheid staat voor op en de wil is daar de factor dus geen spraken van art 3 & 4 uvrm of mensenhandel art 273f sr art 274 sr slavernij.

Rechtspersonen publiek en privaat

verenigingen stichtingen / ANBI’s zijn ook publiekrechtelijk (mensen in vereniging) staat /overheid/politiek is ook publiekrechtelijk. De wet = strafrecht ook publiekrechtelijk en geldt voor iedereen ART 2 SR ook voor publiek verenigingen geldt in de doorkruising naar privaatrecht in rechtspersoon A de rechtspersoonlijkheid en B art 2:5 BW.

Het gelijkheidsbeginsel geldt in privaatrecht ook, dan is het gelijkheidsbeginsel van privaatrecht van toepassing op het vermogensrecht van boek 3 in het bijzonder art 3:33 BW de wilsvertrouwensleer welke samen met de doorkruisingsleer, de aanvaardbaarheid van een rechtshandeling met rechtsgevolgen bepaalt. Zo is er dan ook de onaanvaardbare doorkruising van het recht. Welke door handelen volgens de wet verboden zijn en van rechtswege nietig zijn wegens een onrechtmatige daad.

Aan elke publieke doorkruising naar privaatrecht dient een wil ten grondslag te liggen van een levend entiteit, de handels naam en het biometrisch kenmerk van de entiteit (de natte handtekening) bevestigen de wilsverklaring welke is vereist voor die rechtshandeling van uit de levend entiteit in de identificatie van die entiteit (identiteit)

De rechtspersoon is in die hoedanigheid niet bevoegd als dode fictie een rechtshandeling te plegen.

Het verbintenissen recht kent dan ook de eenzijdige en meerzijdige verbintenissen.

Een rechtspersoon zelf kan handelen door reclame aanbiddingen een rechtstreeks individuele benadering dient via een natuurlijk persoon te gaan.

1. Een mens stapt in persoon (privaatrecht) en verklaard zijn wil richting een rechtspersoon de dienstbaarheid van deze rechtspersoon te wensen op een reclame van die rechtspersoon. Dit is een eenzijdige verbintenis waar alleen de mens zijn wil verklaart en er een verbintenis gecreëerd word (1 handtekening)

2. Een mens stapt in zijn persoon in rechtspersoon en verklaard zijn wil richting een natuurlijk persoon de dienstbaarheid van deze rechtspersoon aan te bieden. Dit is een tweezijdige verbintenis waar beide mensen hun wil verklaren door het aanbod en de aanvaarding een verbintenis gecreëerd word (2 handtekening)

Het gebruik door de overheid van de privaatrechtelijke weg ter behartiging van publieke belangen werd tot het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw met name aan de beperking onderworpen dat dit gebruik niet in strijd mocht zijn met de wet. Ook mocht de overheid geen misbruik maken van haar bevoegdheden of van een feitelijke machtspositie. Dit blijkt duidelijk uit het klassieke

Kruseman-arrest van de Hoge Raad uit 1962. Het ging in dit arrest om de aanvaardbaarheid van het bedingen van een van de gemeente gevraagde medewerking tegen een financiële prestatie.

De Hoge Raad overwoog dat dit geoorloofd was ‘tenzij tegen het bedingen of het in ontvangst nemen van die prestatie enig wettelijk beletsel bestaat, dan wel de overheid aldus handelende misbruik maakte van de bevoegdheden of de feitelijke machtspositie welke die medewerking voor

haar wederpartij noodzakelijk deden zijn en haar tot die medewerking in staat stelden’.

De wet kent de strafbaarheid van de onrechtmatige daad als “dwang” in art 365 sr art 284 sr art 273f sr welke van rechtswege dan ook nietig zijn.

Zo kan een overeenkomst door de rechter, al dan niet partieel, nietig worden geoordeeld (artikel 3:40 en artikel 3:41 BW); het behalen van het met die overeenkomst beoogde beleidsdoel komt dan op losse schroeven te staan. Ook kan een door de gemeente ingestelde vordering uit onrechtmatige daad door de rechter worden afgewezen, met alle gevolgen van dien. Ook kan jij zelf op de grondslag van art 3:44 BW en dergelijk rechtshandelen vernietiging met art 3:49 BW en art 3:50 BW

Een poging dwang uit te oefen is ook strafbaar onder art 45 sr

Een voorbeeld is door misleiding schenkingen voor hun ANBI instellingen te vragen als of dit een private schuld zou zijn. De doelstelling is een overeenkomst te stand te brengen zo dat de giften afdwingbaar worden in privaatrecht volgend art 6:5 BW

Of het publiekrecht met de overeenkomst wordt doorkruist, gaat het bij bevoegdhedenovereenkomsten echter veeleer om de vraag of de inhoud van de overeenkomst al dan niet in strijd is met de regels van publiekrecht. Artikel 3:14 BW verbiedt privaatrechtelijke rechtshandelingen die in strijd zijn met het (on)geschreven publiekrecht en deze bepaling is ook, beter gezegd: juist, tot de overheid gericht. Omdat de rechtsvragen rond de bevoegd-hedenovereenkomst in de eerste plaats aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd, zal deze het geschil naar de civielrechtelijke normen beoordelen. Artikel 3:14 BW slaat daarbij de brug naar de publiekrechtelijke normstellingen.

Een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, art 1:1 BW mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht.

Het Strafrecht is publiekrecht dat is “de wet” dit is ieders recht, ook handelingen tegen het privaatrecht als wederrechtelijk handelen zijn daarin strafbaar gesteld!

Artikel 13
1.Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
2.Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen.

Plaatje ter illustratie van hun ANBI.

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/aftrek-en-kortingen/content/anbi-status-controleren

H et recht recht voor iedereen!

In feite werd tot het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw de klassieke ‘gemene rechtsleer’ gevolgd. De gemene rechtsleer beschouwt het privaatrecht als het (al)gemene recht dat altijd geldt voor zover het publiekrecht er niet van afwijkt. De overheid kan volgens deze leer, behoudens genoemde publiekrechtelijke afwijkingen, gewoon gebruik maken van privaatrechtelijke bevoegdheden en rechten. Wel wordt het gebruik van deze privaatrechtelijke bevoegdheden

publiekrechtelijk ‘ingekleurd’. Vóór het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw stond, met inachtneming van genoemde beperkingen, voor de overheid en dus ook voor gemeenten de keuze tussen twee wegen – publiekrecht of privaatrecht – open. In de literatuur wordt dit ook wel aangeduid als de tweewegenleer.

Artikel 4:124 Awb, dat bepaalt dat een bestuursorgaan voor de invordering van geldschulden ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft.

Echter ligt er dan een overeenkomst ten grondslag die dit recht ook een afdwingbaar recht maakt. Zo we ook in het verbintenissen recht zien is een natuurlijke verbintenis in rechten niet afdwingbaar art 6:3 BW

Het is met name de rechter geweest die de keuze voor het gebruik van de privaatrechtelijke weg aan grenzen heeft gebonden. Dit heeft voor een belangrijk deel plaatsgevonden met de in het Windmill-arrest ontwikkelde doorkruisingsleer.

Met het door de Hoge Raad in 1990 gewezen Windmill-arrest werd de tweewegenleer in wezen vervangen door de leer van de ‘onaanvaardbare doorkruising’. Kort gesteld houd dit voor de ANBI in, dat waar een publiekrechtelijke weg mogelijk is niet voor de privaatrechtelijke weg gekozen kan worden.

Weet dat het geven van een machtiging van uit de rechtssubject persoon aan vertegenwoordiger ook een verbintenis is. Welke ook door gedrag en stilzwijgen tot stand kan komen art 3:35 BW art 3:61 BW maar dat dit macht de hoogste macht is waarop een ambtseed word afgelegd die alleen een discretionaire bevoegdheid betreft welke door de mensenrechten word begrenst.

Het primaat (het voorrecht) van politiek bestaat niet in een democratische rechtstaat.