Europees kader voor de bestrijding van mensenrechtenschendingen wereldwijd!

publicatie: Bijzonder strafrecht

Sancties en mensenrechten: naar een Europees kader voor de bestrijding van mensenrechtenschendingen wereldwijd

Zoals aangekondigd door voorzitter Ursula von der Leyen in haar toespraak over de staat van de Unie, hebben de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid een gezamenlijk voorstel ingediend voor een verordening van de Raad betreffende de uitvoering van beperkende maatregelen (sancties) tegen ernstige schendingen van de mensenrechten wereldwijd.

Het gezamenlijk voorstel voor een verordening van de Raad is een van de rechtshandelingen die de Raad nodig heeft om verder te kunnen werken aan de nieuwe horizontale sanctieregeling. Het vormt een aanvulling op het besluit van de Raad dat door hoge vertegenwoordiger Borrell wordt voorgesteld en dat – wanneer het eenmaal door de Raad is aangenomen – de EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen wereldwijd zal instellen.

De nieuwe EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen wereldwijd zal de EU meer flexibiliteit bieden om iedereen te treffen die verantwoordelijk is voor ernstige mensenrechtenschendingen, ongeacht door wie of waar ter wereld deze worden gepleegd. Verwacht wordt dat de EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen wereldwijd maatregelen zal omvatten zoals de bevriezing van tegoeden en reisverboden. Wat dit laatste betreft, zou de Commissie dankzij het gezamenlijk voorstel ook voor het eerst toezicht kunnen houden op de toepassing van de reisverboden.

De nieuwe regeling zal niet in de plaats komen van bestaande geografische sanctieregelingen, waarvan sommige – bijvoorbeeld de regelingen voor Syrië, Belarus en Venezuela – reeds maatregelen omvatten tegen mensenrechtenschendingen.

Deze voorstellen vormen een krachtige uitdrukking van het vaste voornemen van de EU om de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht overal ter wereld te ondersteunen. Met de voorstellen wordt opvolging gegeven aan het politieke akkoord dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in december 2019 hebben bereikt om verder te werken aan een dergelijke regeling.

Het tot stand brengen van een EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen wereldwijd is ook een belangrijke doelstelling die door de hoge vertegenwoordiger en de Commissie is geformuleerd in het actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, als onderdeel van de in maart 2020 aangenomen gezamenlijke mededeling.

Volgende stappen

De voorgestelde verordening van de Raad zal gelijktijdig met het voorstel van de hoge vertegenwoordiger voor een besluit van de Raad door de lidstaten in de Raad worden besproken.

Enkele reacties van commissarissen:

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie: “We moeten opkomen voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. We hebben reeds lange tijd behoefte aan een EU-sanctieregeling om degenen die zich aan mensenrechtenschendingen schuldig maken, ter verantwoording te kunnen roepen. We vertrouwen erop dat de Raad blijk zal geven van zijn vaste voornemen om de Commissie bij het verwezenlijken van deze doelstelling te steunen door ons voorstel goed te keuren.”

Josep Borrell, hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter voor een sterker Europa in de wereld: “Overal ter wereld worden mensenrechten geschonden. De nieuwe EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen wereldwijd wordt een krachtig instrument om degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen waar ook ter wereld ter verantwoording te roepen. Dit is een kans voor Europa om zijn waarden niet alleen uit te dragen maar ook concreet te verdedigen.”

Valdis Dombrovskis, uitvoerend vicevoorzitter voor een economie die werkt voor de mensen: “We stellen een nultolerantiebeleid voor ten aanzien van mensenrechtenschendingen waar ook ter wereld. De voorstellen van vandaag bieden uitgebreide mogelijkheden om dergelijke gedragingen te bestrijden en tonen aan hoe belangrijk we het vinden om de waarden waarin we geloven, te verdedigen.”

Mairead McGuinness, commissaris voor Financiële Diensten, Financiële Stabiliteit en Kapitaalmarktenunie: “Deze voorstellen zijn een belangrijke stap in de richting van een hoognodige sanctieregeling. Door onze sancties tegen mensenrechtenschendingen efficiënt en doeltreffend te handhaven, kunnen de EU-landen ervoor zorgen dat degenen die bij anderen pijn en lijden veroorzaken, daar niet mee wegkomen. Wanneer de regeling eenmaal door de Raad is goedgekeurd, zal de Commissie deze inspanningen krachtig ondersteunen.”

Achtergrondinformatie

EU-sancties zijn een hulpmiddel om cruciale EU-doelstellingen te verwezenlijken, zoals het handhaven van vrede, het versterken van de internationale veiligheid, en het consolideren en ondersteunen van de democratie, het internationaal recht en de mensenrechten. Sancties zijn uitsluitend gericht tegen de personen die in strijd met deze waarden handelen. Dit moet eventuele negatieve gevolgen voor de burgerbevolking zoveel mogelijk beperken. Momenteel hanteert de EU ongeveer 40 verschillende sanctieregelingen.

De verordening van de Raad is nodig om de maatregelen in het kader van de sanctieregeling die bij besluit van de Raad is ingesteld, nader uit te werken, aangezien zij gevolgen kunnen hebben voor de werking van de interne markt van de EU. De verordening is rechtstreeks bindend voor de nationale bestuursorganen en voor particuliere marktdeelnemers, en het besluit van de Raad is juridisch bindend voor de EU-lidstaten.

Meer informatie over het sanctiebeleid en het mensenrechtenbeleid van de EU:

Ben jij een mens of een persoon?

MENS OF PERSOON?
Taal is zo geconstrueerd de mens in dwaling van recht te brengen deze als slaaf te benadelen in rechten. Wat is het belang van het verschil weten? Tussen en mens en een persoon? Tussen mensenrechten en burgerrechten? Dat is een groot verschil en dat is het voorstellingsvermogen van U in wie of wat jij bent. Wie heeft rechte, wat bepaalt je zelf dat is privé in naam van familie naam Wie is voornamelijk voornaam het is tevens het verschil tussen de “entiteit” in id-entiteit van het zijn in wezen mens zijn. En legitimatie iets anders in persoon te zijn. Het is jouw keus tussen publiek en privaatrecht.

Wie bent U is de beleefdheidsvraag, U is een Nederlands persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon. Het zit dus ergens beleeft in het midden tussen voornamelijk en namelijk. Maar vraagt richtig persoon
Verwarring alom wanneer iemand WIJ als voornamelijk stelt. Voorbeeld Wij Willem Alexander Als ik en persoon of ik in persoon. Het gebruik van de voornaam bepaalt dan de rechtskeus in status van zijn.
Ik en persoon is wij, ik in persoon is rechtssubject juridisch instrument persoonlijk privé privaatrechtelijk achternaam = burgenrecht is dan ook een achtergesteld recht op voornamelijk mensenrecht Ik =voornamelijk is mens publiekrechtelijk mensenrechten dat is het verschil.
Er is een bewuste misleiding gepleegd die begrippen door elkaar te halen. Via scholing worden kinderen daarin reeds vroeg misleid.
Er word gesteld dat het “namelijk zo is” terwijl het tegenovergestelde in rechten “voornamelijk zo is”. WIE is niet WAT Dus “wat” bent u is een andere vraag dan, wie bent u¨
voornamelijk voornaam woorden zijn dan ook ik,jij,hij,zij welke laatste in vrouwelijke vorm bedoelt en niet als in wij. In jullie op aanwijzing van zij. Namelijk = bijwoord van modaliteit: met name. Namelijk is zakelijk vermogensrecht – voorwerp van recht, namelijk zaken en rechten.

PERSONA = latijn voor persoon het woord word stilletjes verwijderd uit de definities en woorden boeken Het betekent masker een acteur een type, valse hoedanigheid. Het woord is afgeleid van het Latijn, waar het oorspronkelijk verwees naar een theatraal masker met toetertje waardoorheen de acteur sprak. Met spreekt dus door een voorstelling van zaken in een andere werkelijkheid theater spelen Zie ook personage persoon, personeel, persoonlijk, persona non grata bv
diplomatiek recht: Latijn: een in een bepaald land ongewenst persoon.
In rechts personen vinden we rolverdelingen personagerol = een functie van de personages in epische teksten. In navolging van Greimas onderscheiden we: subject, object, beïnvloeder, beïnvloede, helpers en tegenstanders. Natuurlijk persoon is rechts subject Functies zijn personen in valse naam van valse hoedanigheid anonieme handelend betekent dan ook naamloos Voorbeeld: bakker, groenteman, agent, ontvanger, officier enz functie titels zijn geen naam hoewel toen de maan als bij naam cq achternaam werd ingevoerd benoemde vele zich naar hun bijnaam als titel waardoor er in namen vele beroeps gerelateerde namen zijn ontstaan. Meneer en Mevrouw Bakker is daar een voorbeeld van. Het werden dan ook de bijnamen waar onder met zakelijk handelden.
IT archetype van een gebruiker, ofwel een karakterisering van een bepaald type van gebruiker.
Een archetype (Grieks: αρχη begin, bron) is een geïdealiseerd oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten. Personificaties, objecten of concepten uit de culturele traditie, (drama, de literatuur, de mythologie, religie) of zelfs de geschiedenis (helden) kunnen dienen als archetype.

Het masker, de persoon die men voorgeeft te zijn is dus de vrije keus in recht van privaatrecht
Hoe is het karikatuur personage als persoon ten tonele verschenen?
Na de revolutie heeft Napoleon de code civiel in gevoerd. Het Burgerlijk Wetboek dankt zijn invloed aan Napoleon, niet omdat hij op de inhoud woog, wel omdat hij de revolutionaire wetgeving in een coherent wetboek liet verzamelen en in Europa heeft verspreid.

Naast het menselijk recht Strafrecht natuurrecht of gewoonterecht niet doden niet stelen niet dwingen enz werd het dus civiel recht bijgezet waar in men dus zelf in vrijheid afspraken kom maken die dan ook bindend zouden zijn. Het is dan ook een afdwingbaar echt in overeenkomst van verbintenis op contract. In veel andere landen heeft de Code civil gediend als basis voor de wetgeving en regelt het personenrecht, het zakenrecht en het verbintenissenrecht. Dit is echter vrij logisch als je bedenkt dat Napoleon de Code als exportproduct gebruikte tijdens zijn bewind. Hij voerde de Code door in alle landen die hij veroverde. Daarmee wordt duidelijk dat Napoleon gelijk had met zijn Code civil.

Dus wie bent u? Voornamelijk mens in publiekrechtelijk mensenrechten of Namelijk persoon, burger in privaatrechtelijk burgerrechten?

BRIEF VOOR DE SCHOOL VAN MIJN ZOON in zaken vacinatie plicht.

BRIEF VOOR DE SCHOOL VAN MIJN ZOON

Deze brief stuurde ik naar de school van mijn zoon. Voor iedereen die mijn brief als voorbeeld wil gebruiken, kopieer en gebruik vooral onderstaande tekst: Met dank en Respect voor mede-juriste Isa Kriens. Ze heeft vrijdag haar baan bij de overheid opgezegd zonder recht op WW, omdat ze tegen de Coronawet is en deze spagaat niet meer trok. Haar crowdfundingsoproep heeft een jaarsalaris opgeleverd. Ze gaat zich nu fulltime richten op wat er allemaal gebeurt met beperking van onze grondrechten door die coronamaatregelen. Dit is niet zomaar iets tijdelijks… Isa volgt haar missie: ons informeren en activeren. De kleine activist

———–
Beste XXX,

Ik stuur je deze e-mail omdat ik heel erg bezorgd ben over huidige ontwikkelingen in de maatschappij, en hoe zich dit vertaalt naar de toekomst van XXX. Ik wil je vertellen waar dat vandaan komt, en ik wil je ook vragen naar jouw visie. Omdat jij als directeur direct invloed zal hebben op het beleid waaraan XXX straks onderhevig zal zijn.

Angst bij kinderen
Kinderen krijgen op dit moment direct dan wel indirect de boodschap dat er voortdurend gevaar is, dat andere mensen een gevaar vormen én dat zij zelf een gevaar vormen voor anderen. Er wordt een beroep gedaan op kinderen om te zorgen dat andere mensen (ook volwassenen) veilig en in leven blijven. Dit is een taak die niet bij kinderen hoort te liggen; kinderen zijn niet verantwoordelijk voor het leven van anderen, laat staan van volwassenen. In een tijd waarin zij bouwen aan zelfvertrouwen, krijgen zij nu een angst opgelegd, die ik persoonlijk misplaatst en schadelijk vind.

Wereldwijd zijn er relatief weinig kinderen gemeld zijn met COVID-19. Ook In Nederland spelen kinderen een kleine rol in de verspreiding van het huidige coronavirus, aldus het RIVM. Op hun website is te lezen dat kinderen tot en met 12 jaar geen onderling afstand hoeven te houden, ook niet tot volwassenen. (zie https://www.rijksoverheid.nl/…/basisonderwijs-en-speciaal-o… ).

Volgens het RIVM heeft 98% van de besmette personen geen of slechts milde klachten. Het is 2% dat klachten krijgt, waarvan de helft boven de 70 jaar is. Van de mensen die echt ziek worden heeft 70% onderliggend lijden. De mortaliteit is ongeveer 0,2 %. Dus van alle besmette mensen, sterft gemiddeld 0,2%. De gemiddelde leeftijd van de mensen die overlijden ligt boven de 80 (en de helft van alle overledenen in Nederland zijn gestorven in een verpleegtehuis). De kans dat een kind tussen de 0-19 het virus overleeft is volgens het CDC 99,99997%. Voor mensen tussen de 20-49 is dat 99,98% en voor mensen van 50-69 is het 99,5%. Het zijn mensen van 70 die significant meer risico lopen (overlevingskans is dan 94,6%). Zie de officiële en wereldwijde cijfers op https://www.cdc.gov/coronavir…/…/hcp/planning-scenarios.html. Het RIVM heeft vanaf het begin verklaard dat kinderen een minimale rol spelen in de verspreiding van het virus. De kinderen zijn het probleem niet, noch het gevaar.

Mondkapjes
Richtlijnen van het RIVM zijn niet dwingend en behelzen geen (wettelijke) verplichting. Het zijn uitsluitend richtlijnen (https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/kinderen). Het staat elke school vrij om af te wijken van deze richtlijnen. Wat mij zorgen baart, is dat scholen in heel Nederland op dit moment eigen beleid maken dat zelfs verder gaan dan de richtlijnen van de RIVM. Vele middelbare scholen hebben al enige tijd een mondkapjesverplichting. In de gang tussen de lessen door, en tijdens de praktijklessen in de klas. Het is niet verplicht, het is geen richtlijn van de RIVM, maar tóch doen scholen het.

Jaap van Dissel (RIVM) heeft gezegd dat 200.000 mensen tenminste een week lang een mondkapje moeten dragen om mogelijk 1 persoon van besmetting te voorkomen. Zolang er geen bewezen nut en noodzaak van deze mondkapjes bestaat, zie ik geen enkele reden om kinderen te onderwerpen aan een gedragsexperiment, met schadelijke gevolgen.

Los van het feit dat het ongezond is voor een kind om CO2 in te ademen, is de impact van de inzet van dit soort maatregelen zorgwekkend en mogelijk traumatisch voor onze kinderen. Het beperkt de persoonlijke levenssfeer en veroorzaakt een gevoel van onthechting. Het beperken van onderling contact is zeer schadelijk voor het gevoel van veiligheid en verbondenheid, voor kinderen onderling, maar ook zeker in relatie tot de docenten. Het mondmasker bedekt het meest belangrijke deel van het gezicht, waarmee wij onze non-verbale communicatie gestalte geven. Het wordt zo voor onze kinderen steeds moeilijker om de intentie achter de gesproken woorden te lezen, om nog maar te zwijgen over de verstaanbaarheid. Maar voor mij geldt vooropgesteld: kinderen moeten vrij kunnen ademen en geen onderdeel worden gemaakt van problemen waar ze geen deel van uitmaken.

Testen
Kinderen worden steeds vaker getest. Ook kleine kinderen. Er zijn scholen in Nederland die bij symptomen zoals een snotneus een negatieve testuitslag verplichten, en bij afwezigheid daarvan zelfs kinderen uitsluiten van online lessen. De testen worden dus indirect verplicht. Terwijl kinderen nauwelijks aandeel hebben in de verspreiding en nauwelijks last hebben van het virus. Dit gebeurt wederom in strijd met de adviezen van het RIVM en zonder wettelijke verplichting.

Er gaan geluiden op (in Italië bijvoorbeeld) om kinderen preventief op school te laten testen met mobiele teams. In Duitsland is zo’n mobiel team al actief geweest, waarbij de ouders ter plaatse voor toestemming zijn gebeld. De discussie die daar nu wordt gevoerd is of het überhaupt nodig is, om toestemming te krijgen van de ouders voor zo’n test. Ik hoop dat je snapt dat ik deze geluiden erg zorgelijk vind.

Fysieke scheiding ouders/kinderen
Sinds de lockdown mogen de ouders de opvang niet in. We moeten XXX bij de deur afzetten en ik mag hem niet in zijn lokaal brengen. Daar heb ik grote moeite mee. Al helemaal als XXX straks naar school gaat. Ik wil met hem mee het lokaal in, met hem een boekje lezen. Zijn vriendjes en vriendinnetjes ontmoeten en de sfeer voelen die er heerst. Ik wil persoonlijk voelen of het een veilige omgeving is, en zien hoe XXX zich beweegt en reageert.

Ik snap niet goed waarom de ouders niet binnen mogen komen. Als we ons aan de wettelijke regels houden, betekent dit dat wij als volwassenen 1,5 meter afstand moeten houden tot de leidsters, docenten en andere ouders. Dat is mogelijk en uitvoerbaar. Ouders die daar moeite mee hebben zouden er ook zelf voor kunnen kiezen hun kind bij de deur af te geven. Ik vind dat onze kinderen te veel belast worden met corona maatregelen terwijl hun eventuele besmetting een minimaal aandeel heeft in de situatie waarin we ons nu bevinden.

Vaccinaties
De WHO coördineert de mondiale aanpak tegen COVID-19. Nederland geeft in beginsel gehoor aan de adviezen van de WHO. Een van de reeds bestaande richtlijnen van de WHO is dat de aanwezigheid van een kind op school, als er een vaccinatie sessie is, betekent dat de ouders toestemming hebben gegeven voor deze vaccinatie. Zie een directe link naar het officiële WHO-document in dit artikel: https://www.sott.net/…/424625-WHO-now-says-your-childs-pres….

De WHO adviseert aan haar lidstaten een “opt-out” systeem. Dat betekent dat ouders uit zichzelf en expliciet moeten aangeven dat zij geen toestemming geven voor vaccinaties op school tijdens vaccinatie sessies. Hoewel dit in Nederland op dit moment nog niet aan de orde is, baart mij dit – wederom – grote zorgen. Omdat de WHO meer dan 190 lidstaten adviseert, waaronder Nederland.

Naar aanleiding van bovenstaande heb ik een aantal vragen die ik graag met je bespreek:

1. Wat is jouw visie op het mondkapjes beleid voor kinderen onder de 19?
2. Wat is jouw visie op het laten testen van kinderen tijdens schooltijd?
3. Wanneer mogen de ouders weer de opvang/school in?
4. In hoeverre ben jij bevoegd (in verband met een eventueel overkoepelend schoolbestuur) beleid te bepalen?
5. Als jij daartoe bevoegd bent, in hoeverre ben jij bereid af te wijken van de RIVM-richtlijnen?

Voor de goede orde en volledigheid: ik geef geen toestemming om XXX te laten testen op COVID-19, of om enig ander medisch onderzoek uit te voeren tijdens schooltijd. Ook geef ik geen toestemming om hem te vaccineren.

Met vriendelijke groet,

X je moeder

—–
PS hier een link naar verzamelde informatie over de werking en de gevolgen van mondkapjes: http://bit.ly/gezichtsmaskers-veilig
Daar kan je ook uit putten bij het opstellen van je brief.

Link WHO now says your child’s presence in school counts as ‘informed consent’ for vaccination – parental presence ‘not required’ https://www.sott.net/article/424625-WHO-now-says-your-childs-presence-in-school-counts-as-informed-consent-for-vaccination-parental-presence-not-required

IS DIT EEN VRAAG? DIE U ZICHZELF OP DIT MOMENT STELT? Ben ik nog wel een vrij mens?

Vandaag iets meer uitleg.

Publiekrechtelijk mensenrechten

Ja: zo ver ik begrijp uit internationaal recht uit grond recht en strafrecht wel.

Zo niet wie claimt daar op dan “uw eigenaar” te zijn?

Natuurlijke verbintenissen zijn in rechten niet afdwingbaar.

Dwang in welke vorm ook is strafbaar voor een ieder die het doet.

Privaatrechtelijk burgerrechten

Civiel: in privaatrecht (privé)Handel u met uw rechts subject juridisch instrument van de mens, in vrije wilsverklaring van de mens voor rechtsgevolgen in rechtshandelen art 1:1 BW art 3:33 BW

In deze verbintenis zijn de voorwaarde van het contractrecht leidend, in zaken die overeenkomst. (heeft u een overeenkomst?)

Ja? En heeft u niet begrepen dat die overeenkomt inhoud dat u slaaf van een vereniging politiek bent? Vraag dan even naar die overeenkomst in WOB verzoek en vernietig die dan volgens uw recht van Dwaling art 6:228 BW en de strafbare feiten in de grondslag van het vernietigingsrecht art 3:44 BW Buitenrechtelijk in de grondslag van dat recht art 3:49 en art 3:50 BW.

Weer een vrij mens te zijn.

Hoogste recht is de mens zelf in zijn gelijkheids-beginselen en zelf bestuur van autonomie beginselen op zijn zelfbeschikking recht. Dat maakt de mens hoogste gezagdrager van zijn gezag in zijn bevoegdheid van vrijheid en wil te handelen. Notabel Sui Juris

Deze bevoegdheid kan ook overgedragen worden aan een bestuursvereniging (politiek)

door te stemmen echter word de bevoegdheid beperkt in de discretie van die vertegenwoordiging als vertegenwoordigers op die machtiging van die bevoegdheid. Ook jouw vertegenwoordiger wanneer jij die een machtiging geeft mag geen fundamentele rechten schenden uit jouw naam. Het bestuursrecht van politiek word dan ook begrenst door de discretionaire bevoegdheid van ambtseed het recht en de wet te respecteren.

Wat mij op het ambtsmisdrijf van art 365 Strafrecht brengt, de door u gegeven machtiging tot vertegenwoordiging mag in die hoedanigheid niet misbruikt worden. Ander mensen te dwingen iets te doen of daar en tegen stoppen iets te doen wat zij willen doen en hoeven die dwang dan ook niet te dulden Dwang is in elke vorm denkbaar VERBODEN en dus ook strafbaar uw mensenrechten worden door het strafrecht beschermt tegen inbreuken op uw recht.

Art. 365 Sr – Artikel 365 Wetboek van Strafrecht – Artikel 365 De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Omkoping wordt beschouwd als de meest voorkomende vorm van corruptie in de moderne wereld. Het doordringt zich in de activiteiten van overheidsinstellingen, ondermijnt het gezag van ambtenaren aanzienlijk, brengt de bevoegde instanties in diskrediet, schendt het beginsel van sociale rechtvaardigheid.

Strafrechtelijke vervolgbaarheid collegeleden, raadsleden en ambtenaren. In het Wetboek van Strafrecht is alleen ‘de ambtenaar’ te vinden in artikel 84 Sr, waar wordt bepaald dat onder ambtenaren ook leden van algemeen vertegenwoordigende organen vallen.

De doorkruising van publiek naar privaatrecht word door iedere vele malen per dag gedaan.

Echter is het recht van een ieder een aanbod af te slaan of te accepteren in de regel van vermogens recht. Boek 3 BW word dit geregeld ieder word geacht de wet te kennen.

Niet doden niet stelen niet dwingen en de rest is in welbevinden van overeenkomst. Art 3:33 BW wanneer deze simpel toetsstenen van moraal niet gerespecteerd word en dan ook strafbaar zijn. Ontstaat er haat, woede, bloedvergieten, wraak en zelfs oorlog. 400 jaar rechtsgeschiedenis hebben ons geleerd dat dit wel het fundamentelere uitgangs-punten dienen te zijn en daarop zijn dan ook de wetten geschreven dit strafbaar word geacht. Zo ook internationaal ook het geweld tussen staten onderling is verworpen en dient er altijd tot een vreedzame oplossing te komen

inbreuk op dat recht is dan niet alleen strafbaar dus van rechtswegen nietig, maar ook van uit privaatrecht in die grondslag vernietigbaar in de grondslag van art 3:44 BW en dat in rechten zelfs buiten rechtelijk dus buiten de rechter op via art 3:49 BW en art 3:50 BW.

Zo houd je zelf de touwtjes in handen op je recht en voorkom je conflict situaties. Door de ander die poogt inbreuk te maken daar ook direct op aan te spreken. Zelfs een poging is dus Strafbaar als gesteld in art 45 SR

voor de verdere onrechtmatige daden kijk het plaatje hier onder en leer je recht jezelf ook te verdedigen volgend dat recht!

Art 3:11 BW stelt dan ook dat ieder geacht word de wet te kennen. Op dat begrip van recht.

Titel 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1. Begripsbepalingen

Artikel 11

Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen.